bomenbeleidsplan

Het bomenbeleidsplan is een noodzakelijke en welkome ontwikkeling.
Het voorgestelde plan is naar onze mening op twee niveau’s aanvechtbaar, en in de huidige vorm onacceptabel.
In de eerste plaats is er de beleidsmatige ontwikkeling van een te zeer technische regelgeving, in de tweede plaats zijn er in de gevolgen voor de uitvoering een aantal ongewenste effecten.
Het apart benoemen en planmatig beleid ontwikkelen in deze gemeente doet recht aan de belangrijke plaats die bomen innemen. Bomen zijn belangrijk vanwege het grote aandeel in een aantal aspecten van onze omgeving. Zowel maatschappelijke, culturele en psychologische factoren als ecologische en luchtkwaliteit factoren worden beïnvloed door het bomenbestand. De natuurwaarde die bomen aan onze omgeving bijdragen is van onschatbare waarde.
Bomen in de bebouwde omgeving zijn grotendeels zelfvoorzienend, niet afhankelijk van menselijke verzorging of bemoeienis. Ze hebben slechts ruimte en tolerantie nodig, en geven daar zuurstof, schaduw, beschutting en een fraai straat- of parkbeeld voor terug. Een zekere terughoudendheid in het actief beheren van het bomenbestand is geboden: laat ze zoveel mogelijk met rust. De natuurlijke onvoorspelbaarheid en spontaniteit van de groei en bloei van bomen en planten is een belangrijk onderdeel van de positieve bijdrage aan ons welbevinden. Plastic bomen zouden dat niet kunnen.
Wanneer er sprake is van reconstructies, onderhoud en andere werkzaamheden die bomen in hun bestaan bedreigen, moet er zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de gezondheid van de bomen, en moeten de plannen hieraan worden aangepast. In aanbesteding of opdrachtverlening zal dit expliciet moeten worden gemaakt.
verder: De Uitgangspunten zijn te technocratisch
In het voorliggende bomenbeleidsplan is als uitgangspunt genomen beheersbaarheid, kostenreductie en vereenvoudiging regelgeving. Dat zijn niet direct dezelfde uitgangspunten als die welke wij belangrijk vinden. De bedoeling is in dit plan dan ook niet om de hoeveelheid groen groter te maken, of de luchtzuiverende werking te vergroten, maar heeft een organisatorische oorzaak. De betrokkenheid van bewoners bij het uitvoeren van beheersmaatregelen is een onvoorspelbare factor, en onduidelijke regels leiden tot protesten en weerstand.
Voor de toekomst voorziet het bomenplan in “…behoud van groene karakter…”, en “…een duurzaam, kwalitatief goed en veilig bomenbestand…”. Dat is op zich niet verkeerd. Maar wanneer er direct daarna met name wordt gesproken over “gewenste boomstructuren”, “technische kaders, beleid en beheermaatregelen” bekruipt ons een unheimisch gevoel: Hier wordt een technocratische benadering uitgewerkt. Toch is er ook aandacht voor het groene karakter van Waalre, en de historische en karakteristieke aspecten.
Het gevaar van het in kaart brengen van gewenste boomstructuren, leidend tot sortimentskeuze, en het voor elke plek vaststellen van de gewenste soort, op basis van technische argumenten, inclusief de gewenste cultuurwaarden, is dat dit leidt tot een bureaucratie waarin de regels uiteindelijk sterker zullen zijn dan de menselijke waarden en natuur aspecten van de bomen.
De computermodellen bepalen straks welke boomsoort in de straat X geselecteerd is, op hoeveel centimeter afstand deze naast de volgende mag komen staan, en hoelang deze boom mag leven. Dat is niet wat we een dorps karakter kunnen noemen. Er moet ruimte zijn voor creativiteit en spontaniteit.

Er is zo dus een dilemma zichtbaar geworden tussen enerzijds de wens tot behoud en bescherming van bomen, waarvoor werkbaar beleid moet worden vastgesteld, en anderzijds het natuurlijke karakter van het bomenbestand, waardoor de bomen juist zo belangrijk zijn, dat zich niet laat verenigen met over-regulering en technische besluitvorming.
In het nu besproken bomenbeleidsplan worden goede voornemens afgewisseld met beheersregels die te weinig ruimte laten voor discussie: deskundigen bepalen welke bomen technisch gezien het beste zijn of passen in de ruimtelijke richtlijnen. De betrokken bewoner staat buiten spel.
Dit alles behoeft een aantal aanpassingen van het plan, welke hier als amendement zullen worden voorgesteld.

Citaat amendement CDA/GroenLinks 11-9-7

Stelt voor om het eerdergenoemde ontwerpraadsbesluit als volgt te wijzigen/aan te vullen:

het uitgangspunt voor het kappen van bomen moet zijn : NEEN, tenzij………..

de ruimtelijke richtlijnen zijn te zwaar en dienen meer overeen te komen met ons historisch gegroeid bomenbestand en vastgelegd dient te worden dat deze van toepassing zijn op nieuw aan te planten bomen en niet op het bestaande bomenbestand

de verkeersfunctie van een straat en de regelgeving in het kader van Duurzaam Veilig mag niet leidend zijn bij het kappen van bomen en het kiezen voor nieuwe aanplant

de categorie OVERIGE bomen  een duidelijke status toe te kennen waarin voorwaarden tot kap geformuleerd zijn hetgeen tot bescherming voor deze categorie leidt.

plannen tot grootschalige kap ( bij 10 of meer bomen) dient ter instemming voorgelegd te worden aan de raad.

een op te stellen lijst van waardevolle en monumentale bomen dient ter instemming voorgelegd te worden aan de raad waardoor regelgeving voor de kap van (particuliere) bomen vereenvoudigd wordt

plannen van omwonenden ten aanzien van kap dienen getoetst te worden aan de algemene uitgangspunten van dit beleidsplan

de monumentale status van een boom dient gehandhaafd te blijven op 50 jaar ( zie kapbeleid 2003) en niet verhoogd naar 80 jaar.

Voorgestelde wijzigingen
Beleid:
De ruimtelijke richtlijnen zijn te zwaar, en mogen uitdrukkelijk nooit gebruikt worden als argument voor kappen.
De milieu-waarde van bomen moet meer nadrukkelijk in de overwegingen van het beleid worden betrokken.
De culturele waarden moeten meer nadrukkelijk in de overwegingen van het beleid worden betrokken.
Het uitgangspunt dient te zijn niet kappen tenzij noodzakelijk vanwege veiligheid of schade.
De uitleg van wethouder Teeven per brief van 13-06-2007 dient als bijlage bij de vaststelling van het bomenbeleidsplan te worden geïntegreerd of aangehangen.
Uitvoering:
Bij mogelijke kap van meer 10 bomen dient de raad te worden geraadpleegd. De beroepsmogelijkheid tegen voorgenomen kap dient te worden gehandhaafd.
Op pag 66 staat dat een boom als monumentaal wordt aangemerkt wanneer deze 80 jaar oud is, in het kapbeleid van 2003 staat dat dit 50 jaar is. Dit dient 50 jaar te blijven.
De behandeling van de zogenaamde “overige bomen” (het grootste aantal) doet te weinig recht aan de waarden die praktisch net zo groot zijn als de structuurbepalende bomen (pag 40). Het vogelvrij verklaren van deze bomen is niet acceptabel.

Snoeiprogramma:
De minimale variant heeft onze voorkeur.
Dit dient na twee jaar ge-evalueerd te worden met een tussenrapportage aan de raad.

Kapbeleid:
Het voorgestelde onderzoek naar nieuw kapbeleid op basis van een lijst met waardevolle bomen dient zich te richten op ervaringen hiermee in andere gemeenten.
Een helder overzicht van voor en tegen zal in een raadsbijeenkomst moeten worden gepresenteerd.
Vooralsnog dient het kapbeleid van 2003 gehandhaafd te worden, inclusief kapvergunning.

René Paré
11-09-2007

You must be logged in to post a comment.