Waalre met Groene Kracht Vooruit

Verkiezingsprogramma

GroenLinks Waalre 2010

10 puntenplan

•    Met groene banen economie èn milieu helpen

•    Participatie en solidariteit vergroten

•    Milieubeleid Waalre volwassen maken

•    In 2020 de gemeente en in 2030 heel Waalre klimaatneutraal

•    Oudereneffectrapportage voor alle beleidsontwikkelingen

•    Armoede en schuldsanering pro-actief aanpakken

•    Fiets- en OV-beleid sterk verbeteren

•    Groen- en bomenbeleid verbeteren

•    Jongeren de ruimte geven om mee te doen

•    Luchtkwaliteit regionale prioriteit geven

Download het volledige programma als PDF hier, of …


1: Wij willen een groene gemeente:

Ecologische duurzaamheid

A. Klimaat- en energiebeleid dat het verschil maakt
B. Milieuvriendelijke mobiliteit: ruim baan voor fiets en OV
C. Behoud en versterk de groene ruimte
D. Een schone gemeente
E. Afval scheiden loont
F. Naar een duurzaam waterbeheer
G. Werk maken van dierenwelzijn

2: Wij willen een sociale gemeente:

Sociaal en solidair

A. Economie: stimuleer ondernemerschap en innovatie
B. Sociaal beleid: meedoen mogelijk maken
C. Wijkvoorzieningen:
D. Jeugdbeleid: Kiezen voor jongeren
E. Onderwijs: centrum voor brede ontplooiing
F. Wonen: een huis voor iedereen
G. Sport: Waalre in beweging
H. Kunst en cultuur horen erbij
I. Veiligheid: Preventie voor repressie
J. Internationale solidariteit: denk mondiaal, handel lokaal

3: Wij willen een open gemeente:

Open en pluriform

A. Diversiteit en emancipatie: verschil mag er zijn, uitsluiting niet

4: Wij willen een democratische gemeente:

Democratisch

A. Democratische participatie: betrokken burgers
B. Democratische helderheid: transparantie in de uitvoering

1:  Wij willen een groene gemeente

Ecologische duurzaamheid

Groen is een mooiere kleur in onze omgeving dan het grijs van asfalt en beton. Het is prettig leven als er in Waalre voldoende parken en speelplaatsen zijn en we kunnen ontspannen in mooie natuurgebieden. Rust, lekker en gezond eten, fijn wonen en schone lucht horen bij het goede leven. Groen maakt gelukkig!

Groen is een waarde waar we in ons eigen leven allemaal het belang van inzien. Daarom staat GroenLinks voor ecologische duurzaamheid. Dat betekent dat we het milieu zo min mogelijk willen belasten, zuinig omgaan met de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en dierenwelzijn belangrijk vinden. Ook zijn we zuinig op de groene ruimte en willen we het landschap niet volbouwen met nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen. Daar hebben wij nu profijt van, maar ook toekomstige generaties.

Als er niets verandert, zullen zij te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering en een verslechterde leefomgeving. Om die redenen kiest GroenLinks voor een ambitieus klimaatbeleid, voor openbaar vervoer en fiets, voor milieuvriendelijke bedrijvigheid en voor compact bouwen binnen de bebouwde kom. Door slim beleid en innovatieve maatregelen kan de economie duurzaam groeien.

De gemeente kan daar op verschillende manieren aan bijdragen. Vooral door zelf initiatieven te nemen en samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven te werken aan een duurzame ontwikkeling. Want Waalre kan zoveel groener!

A. Klimaat- en energiebeleid dat het verschil maakt

De toenemende energievraag, de eindigheid van de voorraden fossiele brandstoffen, de stijgende energieprijzen en de klimaatverandering/wereldwijde klimaatcrisis vragen om een ander energiebeleid. Meer ambitie van de politiek is hiervoor nodig. Niet alleen van het kabinet, ook van gemeenten. En vooral maatregelen die écht het verschil maken.
Een aantal gemeenten heeft daarom de afgelopen jaren een duidelijk ambitie geformuleerd. Zij willen in 2030 ‘klimaatneutraal’ zijn en streven naar een zo laag mogelijk energieverbruik, gebruik van duurzame energiebronnen en een zo gering mogelijke uitstoot van broeikasgassen.

GroenLinks wil dat ook Waalre klimaatneutraal wordt in 2030. Dat kan de gemeente alleen sámen met burgers, instellingen en ondernemers realiseren. De komende vier jaar zetten we de eerste stappen naar dat doel, met een breed scala aan concrete maatregelen. Energiegebruik van gemeente-organisatie al naar klimaatneutraal in 2020.

Programmapunten:

1. Met woningcorporaties maakt de gemeente scherpe energieprestatieafspraken over:
Energiebesparende maatregelen en duurzame energieopwekking in de bestaande (vooral oudere) woningen.
Voorlichting aan huurders over het eenvoudig besparen van water en energie.

2. Eigenaren van woningen en bedrijfsgebouwen kunnen van de gemeente een duurzaamheidslening tegen een lage rente krijgen voor milieuvriendelijke maatregelen.

3. Nieuwbouw- en renovatieprojecten (Waalre Noord, Brabantia) worden voorbeelden van duurzaam bouwen. Ze zijn extreem energiezuinig én voldoen ook aan alle eisen op gebied van woonkwaliteit, zoals comfort, gezondheid, veiligheid, betaalbaarheid, toegankelijkheid en levensloopbestendigheid. Fietsverkeer krjgt extra aandacht en voorrang.

4. De gemeente maakt actief werk van energiebesparing bij bedrijven: door voorlichting, handhaving en financiële prikkels:
Ondernemers kunnen met vragen over energiebesparing, duurzame energie en duurzaam ondernemen terecht bij het bedrijvenloket van de gemeente.
De gemeente ziet toe op de naleving van afgegeven milieuvergunningen, de energieprestaties van nieuwe gebouwen, en ook op de wettelijke regel dat bedrijven alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar móeten nemen.
De gemeente stelt scherpe eisen aan energie-eisen aan terrasverwarmers.

5. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld als het gaat om energiebesparing en toepassing van duurzame energie:
De eigen organisatie moet al in 2020 energieneutraal zijn. Op gemeentelijke gebouwen (gemeentehuis, scholen, sporthal, zwembad, et cetera) en installaties komen zonnepanelen en kleine windturbines. Voor eigen gebruik koopt de gemeente alleen groene stroom in. De straatverlichting wordt zuiniger met LED-verlichting. De gemeente gebruikt schone en zuinige auto’s.
Kortom, de gemeente koopt duurzaam in!

6. Om serieuze energie-opwekking in eigen gemeente te starten komt er een onderzoek naar windmolenlocaties, om te beginnen een onderzoek naar haalbaarheid windmolens langs N67/A2.

7. De gemeentelijke website geeft voorlichting over energiebesparing: een advies op maat. Met bijvoorbeeld de EnergieThuisWijzer is binnen enkele minuten te zien welke maatregelen een woning energiezuiniger maken.
Sparen doe je met een spaarlamp. Daarom roept de gemeente op om zoveel mogelijk
gloeilampen te vervangen door spaarlampen of nog beter LED-lampen. De gemeente begint daar zelf mee in haar eigen gebouwen en stelt aan minima een energiebox met spaarlampen ter beschikking.

8. Er komt een gemeentelijk Meldpunt Lichthinder, waar bewoners kunnen aangeven waar het te licht en te donker is in het stedelijke en landelijke gebied. Zo krijgt de gemeente zicht op waar licht uit moet/kan, waar voldoende duisternis is en waar eventueel extra verlichting moet komen.

9. Bij het klimaatbeleid werkt de gemeente nauw samen met de regiogemeenten; dat is effectiever en bovendien goedkoper. Bijvoorbeeld als het gaat om gezamenlijk inkoopbeleid of het benutten van elkaars deskundigheid. Ook grootschalige toepassing van duurzame energie vereist regionale samenwerking (bijvoorbeeld bij aanwending van snoeiafval, groente-, fruit- en tuinafval of mest voor de opwekking van energie uit biomassa of bij het ontwikkelen van locaties voor windmolens).

10.De gemeente hoeft niet zelf het wiel uit te vinden. Ze kan veel leren van de successen van andere gemeenten. Daarom wordt Waalre lid van de Vereniging Klimaatverbond Nederland.

B. Milieuvriendelijke mobiliteit:

ruim baan voor fiets en OV

De groei van onze mobiliteit lijkt een nauwelijks te keren ontwikkeling. GroenLinks realiseert zich dat zonder de auto onze maatschappij niet meer kan functioneren en zeker op het platteland onmisbaar is geworden. Voor noodzakelijk autogebruik moet altijd ruimte blijven.
Tegelijk worden de nadelen van het toenemende autogebruik steeds duidelijker zichtbaar. Het asfalt rukt op. Binnen de bebouwde kom van de grotere gemeenten is het stratenpatroon niet berekend op nog meer auto’s, leidt het sluipverkeer tot veel overlast en lijkt de grens van de beschikbare parkeerruimte bereikt. De groei van het verkeer leidt ook tot een onveiliger leefomgeving, vooral voor kinderen. Langs veel wegen verslechtert de luchtkwaliteit. We hebben last van het permanente lawaai. Door de groei van het autoverkeer en de opkomst van zwaardere auto’s zal dit alleen nog maar toenemen. Buiten de bebouwde kom slibben de wegen steeds meer dicht. Dat is slecht voor de bereikbaarheid van scholen en bedrijven.
Ook ons klimaat kan de verdere groei van het autoverkeer niet aan. Het autoverkeer is één van de belangrijkste veroorzakers van de klimaatcrisis.
GroenLinks ziet in nieuwe wegen en meer asfalt niet de oplossing voor het bereikbaarheidsprobleem. Op lange termijn lokt het nieuwe verkeersstromen uit. Op korte termijn is het ook geen oplossing voor de niet-autogebruikers (zoals scholieren), voor de overlast en de gezondheidsklachten. Tegelijk weten we dat het grootste deel van de verreden autokilometers bestaat uit kleine ritjes.
De afstanden in Waalre naar scholen en winkels zijn zo kort dat de meeste mensen hiervoor niet per se de auto hoeven te gebruiken. Met de fiets kan het ook, vaak zelfs sneller.
De oplossing ligt daarom in het selectiever kiezen van het juiste vervoermiddel per bestemming en in gebruik van andere vervoermiddelen dan de auto voor woon-werkverkeer en voor winkel- en recreatief verkeer (een meersporenaanpak).
Het comfort en de frequentie van het openbaar vervoer verbeteren, en gratis maken voor iedereen. Door een grotere fijnmazigheid wordt de impasse doorbroken.
Fietsvoorzieningen winkelcentra verbeteren: bereikbaarheid, stalling, veiligheid verbeteren; parkeerbeleid onderzoeken samen met winkeliers en bewoners. Het streven is meer winkels maar minder autoverkeer: dat kan met samenwerking en slimme oplossingen bereikt worden.

Programmapunten:

11.We willen als gemeente het fietsgebruik stimuleren.
Voetgangers en fietsers krijgen prioriteit bij de inrichting van verkeersstromen. Er worden doorgaande veilige (vrij liggende) fietsroutes aangelegd, met goede aansluiting op bus/treinstation. Het onderhoud van fietspaden heeft blijvende aandacht van de gemeente. Het fietsnetwerk wordt voortdurend geoptimaliseerd. Bij (her)inrichting van straten streven we altijd naar vrij liggende fietspaden.
Verkeerslichten worden fietsvriendelijk afgestemd, met secondentikkers die de
wachttijden aangeven. Stallingsmogelijkheden worden fors uitgebreid bij openbare voorzieningen, winkels, scholen, bushaltes. Ook voor bakfietsen bij winkels.
Er komt een meldpunt ‘Ruim baan voor de fiets’ waar inwoners suggesties hiervoor kunnen inleveren.
Veilig te voet of op de fiets naar school! De gemeente maakt samen met elke school een plan voor het verbeteren van de verkeersveiligheid rond de school: met verkeers- technische maatregelen en gedragsregels voor de ouders.

12.De gemeente gaat zich inzetten voor een aantrekkelijk openbaar vervoer.
Met bussen die alle voorzieningen aandoen, in hoge frequentie en met goede aansluiting op andere bussen. Gratis openbaar vervoer voor iedereen, zodat er werkelijk veel meer gebruik van wordt gemaakt.
Elke woning en elke voorziening (zorginstelling, woonvoorziening voor ouderen, school et cetera) heeft een bushalte binnen 200 meter afstand.
Overdekte bushaltes, met adequate reizigersinformatie en goede stallingsmogelijkheden voor de fiets (fietskluizen).
Jaarlijks peilt de gemeente de mening van de reizigers over het OV. De suggesties worden gebruikt om bij provincie en busbedrijf aan te dringen op verbeteringen in de dienstregeling, bijvoorbeeld betere aansluitingen op ander OV.
Nieuwe wijken krijgen vanaf het begin een hoogwaardige OV-ontsluiting (de kosten worden onderdeel van de planexploitatie).
Taxi’s worden wat ons betreft hybride en/of gaan rijden op aardgas. Afspraken hierover kunnen worden vastgelegd in een taxiconvenant.

13.We gaan de overlast van auto’s beperken.
Vervuilende auto’s worden zoveel mogelijk geweerd: alleen de schoonste vrachtwagens/bestelbusjes mogen de gemeente in.
Er wordt betaald parkeren en/of een vergunningensysteem ingevoerd.
Op de doorgaande wegen bevorderen we de doorstroming door de invoering van een groene golf, plaatsing van doseer- en verkeerslichten en aanleg van rotondes.
Het sluipverkeer door woonwijken wordt ontmoedigd door fysieke maatregelen en een maximumsnelheid van 30 km/uur. Dat laatste is ook veiliger.
Op snelwegen rond Waalre gaat de maximumsnelheid naar 80 km/uur voor alle verkeer op de A2 rond Waalre, niet alleen op de randwegen. Dit scheelt aanmerkelijk in de uitstoot van fijnstof en NOx.
De N69 gaan we reeds afwaarderen/doseren en alternatieven voor woon- werkverkeer ontwikkelen. Terugdringen van deze verkeersstroom heeft hoge prioriteit.
Bij nieuwbouw wordt de parkeerruimte op eigen terrein gerealiseerd.
Een aantal parkeerplaatsen wordt gereserveerd voor ‘auto delen’.
We willen het gebruik van milieuvriendelijke auto’s stimuleren. Daarom komen er faciliteiten voor het opladen van elektrische auto’s.
Stads- en streekbussen gaan rijden op aardgas, waterstof of elektriciteit.
Langs wegen planten we struiken en bomen: niet alleen als verfraaiing, maar ook om het fijnstof op te vangen.

C. Behoud en versterk de groene ruimte

Overal wordt geknabbeld aan de open groene ruimte: voor wegen, woningen en bedrijventerreinen. Veel oud agrarisch cultuurlandschap verdwijnt door grootschalige landbouw. Ons landschap wordt eenvormiger, versnippert en verrommelt. Tegelijk hebben we open groengebieden (parken, bossen, natuurgebieden en recreatieterreinen) nodig om te spelen, te luieren, te sporten – voor onze dagelijkse ontspanning. En even belangrijk: grote aaneengesloten natuurgebieden zijn van vitaal belang voor behoud van een grote verscheidenheid van planten en dieren.

GroenLinks wil de groene ruimte in en om Waalre behouden én versterken. De gemeente kan daar een belangrijke rol bij spelen. Allereerst door de beschikbare ruimte binnen de bebouwde kom efficiënter te gebruiken. Door op bouwlocaties slimmer en compacter te bouwen (inbreiplannen) realiseren we meer woningen zonder dat dit meteen ten koste hoeft te gaan van groen. Ook de ruimte op bedrijventerreinen kan veel beter worden benut. In alle gevallen geldt: hoogbouw moet ook een hoge beeldkwaliteit hebben.
Als we met onze buurgemeenten afspraken maken over waar en wat er gebouwd wordt, dan kan veel meer open gebied open blijven.

Programmapunten:

14.Bestaand groen blijft groen. De groene parels blijven behouden. Ook beeldbepalende bomen en hagen blijven staan. Daarom brengt de gemeente de bestemming van alle groen in kaart, als leidraad bij beheer en toekomstige stedenbouwkundige plannen (Groenstructuurplan). Het bomenbeleid wordt kritisch bekeken en aangescherpt om een betere bescherming van bomen te waarborgen. Er komt een meldpunt voor bomenbeschrming.

15. Groen voor iedereen in de buurt!
De hoeveelheid groen in de gemeente wordt vergroot. Binnen een straal van 300 meter van elke woning moet er groen zijn voor dagelijks gebruik.
Buurtbewoners die gezamenlijk hun straat/buurt willen vergroenen komen in
aanmerking voor ondersteuning en subsidie (zelfbeheercontract).
Voor kinderen komt er in iedere wijk een ‘klooistukje’ (avonturenspeelplaats): een
wilde natuurspeelplaats waar een kind zelf met fantasie kan spelen en de natuur kan ontdekken.
Groene daken op gemeentelijke gebouwen.

16.Meer biodiversiteit in de gemeente
We willen de natuurwaarde van het groen binnen de bebouwde kom verbeteren. We willen weer veel vlinders, spechten, zwaluwen en mussen zien! Daarom:
worden parken, bermen en oevers ecologisch beheerd;
wordt bomenkap vermeden: en als het per se moet, dan komt er voor elke gekapte
boom een nieuwe terug.
Ecologisch groenbeleid en zelfbeheer door bewoners wordt krachtig gestimuleerd.

17.Bescherming van natuur en landschap
Gemeentelijke terreinen met natuurwaarde en landschappelijke (cultuurhistorische) waarde worden voor beheer overgedragen aan het Brabants Landschap of Natuurmonumenten.
De gemeente gaat snel aan de slag met het verbeteren van het Dommeldal in het kader van de reconstructie van het landelijk gebied.
Het Tongelreepdal moeten krachtig beschermd en verbeterd. Het gebied tussen Brabantialaan/Sophiastraat en Wilhelminalaan wordt een ecologisch natuurpark met educatieve en toeristische kwaliteit.
Om de leefgebieden van dieren te vergroten, creëren we verbindingen (ecologische zones/faunapassages) tussen natuurgebieden.
Met boeren maken we afspraken over natuurbescherming, landschapsbeheer en
dierenwelzijn, tegen een passende beloning.
Er komen meer wandel- en fietsroutes door het groen. Met landeigenaren, zoals
boeren en waterschappen, maken we hier afspraken over.
Onrendabele bedrijventerreinen worden ontwikkeld tot natuur of park.

18. Er komt een bouwgrens rond de gemeente. Daarbuiten willen we in principe niet bouwen. Als bouwen in het buitengebied onontkoombaar is, dan compenseren we dat elders. Met een groenheffing betalen we inbreidingsplannen en/of kwaliteitsverbetering van het groen op een andere plek in de gemeente.

19.Hergebruik gebouwen heeft de voorkeur boven sloop. Mooie gebouwen worden beschermd (rijks- of gemeentelijk monument of gebied wordt aangewezen als beschermd dorpsgezicht). In het buitengebied mogen geen nieuwe woningen komen. In het buitengebied agrarische bebouwing waar mogelijk afbreken.
Vrijkomende bedrijfsgebouwen binnen de bebouwde kom kunnen worden omgebouwd tot appartementen voor bijvoorbeeld senioren, alleenstaanden en starters.

D. Een schone gemeente

Een groene gemeente is ook een schone gemeente. We ergeren ons allemaal aan de hondenpoep, het zwerfvuil op straat en in het groen, rondslingerend huisvuil en graffiti. Het straatmeubilair verloedert door achterstallig onderhoud. Als het aan GroenLinks ligt gaat de gemeente de openbare ruimte beter onderhouden.

Programmapunten:

20.De komende jaren wordt in de kernen intensiever geveegd, worden een aantal
afvalbakken bijgeplaatst (Hazzo, Markt), plaatsen we meer ondergrondse huisvuilcontainers, en wordt graffiti op openbare gebouwen direct verwijderd.

21.Er komt voor bewoners een Meldpunt Zwerfafval; zwerfafval is binnen twee dagen opgehaald.

22.De gemeente stimuleert meedoen aan de jaarlijkse Landelijke Opschoondag. Samen met bewoners, scholen en organisaties houden we opruimacties in de eigen buurt. Ook het zwerfvuil in de natuur wordt aangepakt. Met kunstenaars wordt de jeugd betrokken bij zorg voor de omgeving. De gemeente zorgt voor een milieustraat in eigen gemeente waar diverse gescheiden afvalstromen kunnen worden aangeboden.

E. Afval scheiden loont

We produceren veel afval met elkaar. De hoeveelheid huisvuil die wordt ingezameld neemt jaarlijks toe. Veel afvalsoorten kunnen we al gescheiden aanbieden, maar het niet-gescheiden restafval vormt nog steeds de grootste afvalstroom. Door een betere scheiding kunnen we afval als grondstof voor nieuwe producten gebruiken. Dat is goed voor het milieu. Door allerlei milieueisen wordt de inzameling en verwerking van afval steeds duurder. Deze kosten worden aan de bewoners doorberekend via de afvalstoffenheffing. Gescheiden inzameling leidt tot lagere verwerkingskosten. Afval scheiden loont dus. Daarom wil GroenLinks het burgers zo gemakkelijk mogelijk maken om hun afval te scheiden. Afvalscheiding en hergebruik wordt bevorderd door ophaaldienst grof vuil.

Programmapunten:

23.Het inzamelen van groente- fruit en tuinafval, glas, klein chemisch afval, textiel,
papier/karton, blik en kunststof wordt verbeterd. Huis aan huis ophalen heeft onze voorkeur. Daarnaast komen er meer inzamelpunten bij winkels.

24.Inzamelcontainers plaatsen we zo veel mogelijk ondergronds. Verzamelzakken voor plastic worden bezorgd door de ophalers. Per ingeleverde zak wordt een nieuwe lege zak in de brievenbus gedaan.

25.We stimuleren het hergebruik van ‘oude spullen’ in nauwe samenwerking met het kringloopbedrijf/kringloopwinkels, zoals Emmaus.

26.De vervuiler betaalt. De gemeente voert een gedifferentieerd tariefsysteem in op basis van volume. Dat is eerlijk en houdt rekening met het afvalgedrag van individuele huishoudens. Als u meer afval aanbiedt, betaalt u meer. Scheidt u goed uw afval en biedt u minder aan, dan betaalt u ook minder.

F. Naar een duurzaam waterbeheer

De manier waarop we in Nederland met water omgaan is niet toereikend voor de toekomst. Zeker als de gevolgen van klimaatsverandering, zeespiegelstijging en verdergaande bodemdaling moeten worden opgevangen. Er is nog te veel sprake van technisch beheer, terwijl het hoog tijd is voor een ander waterbeleid.
GroenLinks vindt dat de gemeente moet streven naar een gezond watersysteem gebaseerd op integraal waterbeheer. Daarom moet de gemeente een waterplan maken, samen met het waterschap en afstemmen met de buurgemeenten.
Uitgangspunten voor dat plan zijn:
•    Overeenkomstig het advies van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), het vasthouden van water: ‘genoeg’ maar niet te veel of te weinig water van goede kwaliteit (droge voeten houden, maar verdroging tegengaan!).
•    Water wordt meer dan voorheen onderkend als een ordenend principe bij de ruimtelijke plannen en het wijkbeheer.
•    Water wordt benut voor versterking van de natte natuurwaarden.
Met omliggende gemeenten, het waterschap, de provincie, Rijkswaterstaat en het drinkwaterbedrijf wordt samengewerkt om een duurzaam en integraal waterbeheer te realiseren.

Programmapunten:

28.Verbetering van de waterkwaliteit door het saneren van rioolwateroverstorten.

29.Sanering van de verontreinigde waterbodems.

31.Bestrating en verharding van de openbare ruimte dient beperkt te worden. Een zachte ondergrond maakt het mogelijk dat hemelwater in de bodem kan worden opgenomen zodat afvoer via het rioolstelsel kan worden voorkomen.

32. Grote parkeerplaatsen krijgen straatkolken met olieafscheiding.

33. Een stop op chemische onkruidbestrijding (via voorlichting; de gemeente geeft zelf het goede voorbeeld).

34.Versterking van de recreatiefunctie van de vennen en beekdalen op ecologische grondslag.

35.De gemeente gaat over tot het opruimen van oude vuilstortplaatsen. Het isoleren van deze plaatsen is niet duurzaam.

G. Werk maken van dierenwelzijn

Dieren maken deel uit van onze dagelijkse leefomgeving. Veel inwoners van onze gemeente hebben een gezelschapsdier, zoals een hond, kat, cavia of konijn. In het buitengebied en op enkele plaatsen binnen de bebouwde kom bevinden zich ook landbouwhuisdieren, zoals varkens en koeien.

De grootste groep dieren (ook in stedelijke gemeenten) wordt gevormd door in het wild levende dieren. Dieren horen bij de samenleving. Zij dragen bij aan een kleurrijke en levendige gemeente. Ze verdienen onze aandacht en zorg. Dit geldt voor zowel huisdieren, als voor vrij en in het wild levende dieren.

Programmapunten:

36.Huisdieren dragen bij aan het welzijn van de mensen en hebben voor kinderen ook een opvoedkundige waarde. Dieren kunnen echter ook problemen veroorzaken. De gemeente richt zich op het voorkomen daarvan:
De gemeente zorgt voor een adequate opvang van zwervende en in beslag genomen verwaarloosde dieren (wettelijke verplichting): we steunen het lokale/regionale asiel.
Veel huisdieren komen onnodig in het asiel terecht omdat de eigenaar niet achterhaald kan worden. De beste oplossing hiervoor is dat alle honden en katten gechipt zijn. In samenwerking met de lokale dierenartsen organiseert de gemeente een jaarlijkse chipactie (bijvoorbeeld op Dierendag) om het percentage gechipte honden en katten te vergroten. Met onze buurgemeenten maken we afspraken over uniformering in de zoeksystemen van Dier Vermist/Gevonden.

Eigenaren van honden krijgen duidelijke informatie over de plaatsen waar honden vrij mogen rondlopen en waar niet.
De gemeente moedigt bezitters van huisdieren aan een cursus te volgen, waarin ze leren fatsoenlijk om te gaan met huisdieren.
Voor de afvoer van gewonde en dode dieren subsidiëren we de Dierenambulance.
In het rampenplan nemen we maatregelen op voor de opvang van dieren.

37.Het natuurlijke leefgebied van in het wild levende dieren wordt steeds meer ingeperkt door wegen, woningbouw en industrie. Met allerlei maatregelen kan de gemeente de bijdragen aan een diervriendelijke omgeving en hun aanwezigheid bevorderen:
We nemen verkeersmaatregelen om dieren te beschermen, zoals het afsluiten van wegen in verband met de paddentrek, beperken de maximumsnelheid in verband met overstekende dieren en plaatsen waarschuwingsborden voor overstekende eenden. Met faunatunnels kunnen dieren veilig oversteken en verbinden we leefgebieden met elkaar.
Het beheer van het gemeentelijke groen stemmen we af op de natuurontwikkeling en op de bescherming van dieren en hun leefgebieden.
De gemeente stimuleert met allerlei voorzieningen in de woonomgeving de
mogelijkheden voor nestplekken en broedgelegenheid voor vogels (de aanleg van dichte hagen, nestkasten, zwaluwtorens, toepassing van de vogelvide onder daken).
In verband met het beheer en ingrepen in de ruimtelijke ordening moet de gemeente rekening houden met de natuurwaarden in een aantal gebieden (beekdalen, vennen, bossen) in de gemeente. Daarom wordt hier onderzoek gedaan naar de aanwezige planten, amfibieën, reptielen, zoogdieren, vlinders/libellen en broedvogels.
Overlast door in de vrije natuur levende dieren (zoals duiven en ganzen) wordt op een diervriendelijke manier bestreden.

38.De gemeente zorgt voor goede voorlichting over dierenwelzijn: er komt een aparte webpagina over Dieren in Waalre op de gemeentelijke website, met informatie over het dierenwelzijnsbeleid en links naar alle relevante organisaties (Dierenbescherming, Dierenambulance, Vogelopvang, Kinderboerderij etc.).

39.Megastallen zijn slecht voor het welzijn van dieren, de kwaliteit van het milieu, de concurrentiepositie van kleinschaliger boeren en de grote stallen maken ons platteland lelijk en industrieel. Daarom zijn we tegen de bouw van dergelijke grootschalige agrarische complexen in onze gemeente.

Hoofdstuk 2:

Wij willen een sociale gemeente

Sociaal en solidair
GroenLinks streeft naar een solidaire samenleving, waarin welvaart en middelen eerlijk verdeeld worden. Wij willen dat iedereen mee kan doen aan de samenleving en optimale kansen heeft om zich te ontplooien en zijn leven zelf vorm te geven.
We streven ernaar dat zoveel mogelijk mensen aan de slag komen. Werk geeft niet alleen inkomen, het draagt bij aan emancipatie, het geeft iemand ook zelfvertrouwen en een positie in de samenleving. We gaan daarbij uit van ieders eigen verantwoordelijkheid, maar hebben ook oog voor het verschil in mogelijkheden.
GroenLinks wil mensen sterker maken. Onze visie op jeugd en onderwijs en onze sociale politiek zijn daarop gericht. Alle kinderen verdienen een goede start met hoogwaardige kinderopvang en goed onderwijs dat achterstanden wegwerkt en talenten ontwikkelt. Het is funest voor hun kansen als kinderen opgroeien in armoede. Armoede willen we bestrijden met een ruimhartig minimabeleid, maar vooral door sociaal-economische participatie te bevorderen: mensen ondersteunen bij het vinden van werk of een andere maatschappelijke activiteit.
Op de woningmarkt moet meer betaalbare woonruimte beschikbaar komen: er is meer keuze nodig voor jongeren en jonge gezinnen met een laag inkomen. Dat geldt ook voor ouderen die zorg nodig hebben, maar zelfstandig willen blijven wonen.
Een volwaardig inkomen, goed onderwijs, passende huisvesting en een veilige woon- en leefomgeving zijn belangrijk. Ook sport en kunst en cultuur horen wat GroenLinks betreft in dat rijtje thuis. Ze verrijken het leven. Daarom willen we dat zoveel mogelijk mensen hiermee in aanraking komen.
Sociale samenhang betekent leefbaarheid en sociale vitaliteit: de kwaliteit van het dorpse platteland moeten we waarderen.
GroenLinks kijkt verder dan de gemeentegrens. We willen ook op lokaal niveau bijdragen aan een sociaal, economisch en ecologisch duurzame wereld.

A. Economie: stimuleer ondernemerschap en innovatie

GroenLinks staat voor een groene en vitale ontwikkeling van de economie, ook in Waalre. Dat is goed voor de werkgelegenheid en de leefbaarheid.
De gemeente heeft geen directe invloed op de economische dynamiek. Die wordt primair bepaald door factoren als goed ondernemerschap, productiviteit en innovatievermogen. Ook andere zaken spelen mee: de beschikbare ruimte, de ligging en bereikbaarheid, de beroepsbevolking en arbeidsmarkt, de woningmarkt en andere kwaliteiten van de leefomgeving, zoals sociale en culturele voorzieningen.
Dat wil niet zeggen dat de gemeente moet wachten op wat ondernemers doen. Ze kan het ondernemerschap stimuleren door een snelle dienstverlening aan nieuwe bedrijven, het aanbieden van geschikte bedrijfsruimte, het stimuleren van initiatieven die positief zijn voor de lokale economie en het onderhouden van goede contacten met het bedrijfsleven. Een actief beleid is nodig, waarbij de potentiële mogelijkheden in de gemeente optimaal worden benut. De facilitering van duurzaam kleinschalig ondernemen en van creatieve industrie moet beter ontwikkeld.

Programmapunten:

1. De gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers wordt verbeterd.

2. Werkgelegenheid moet behouden blijven. Locaties die vrijkomen worden daarom bestemd voor bedrijven die veel arbeidsplaatsen per m2 opleveren. Het is belangrijk dat de gemeente een visie heeft op de bedrijventerreinen.

3. Een betere match van vraag en aanbod is nodig. Samen met het bedrijfsleven onderzoekt de gemeente waarom bepaalde personeelsbehoeften niet vervuld worden.

4. De wijkeconomie wordt gestimuleerd; we willen levendige en ondernemende buurten:
• Het ondernemerschap wordt versterkt. Door hulp bij het opstarten van een eigen onderneming, begeleiding bij de bedrijfsvoering van bestaande (kleinschalige) ondernemers en stimulering van bepaalde bedrijvigheid.
• Etnisch ondernemerschap wordt gestimuleerd. De belangstelling/ambitie bij migranten voor het zelfstandig ondernemerschap is groot.
• Mogelijke locaties worden beter benut voor creatieve bedrijvigheid (Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ruimte voor een ambachtelijke meubelmaker, fietsenmaker/verhuur, eetcafé, ontwerpbureau, financiële of administratieve dienstverlening).

5. Er komt een bedrijvencentrum voor startende ondernemers. Gewone starters of mensen die vanuit een werkloosheidssituatie een eigen bedrijf willen opstarten, krijgen hier speciale faciliteiten aangeboden zoals huurgewenning en professionele begeleiding.

6. De gemeente is zelf een belangrijke werkgever. Ze dient het goede voorbeeld te geven als het gaat om goed werkgeverschap. Het personeelsbestand moet een diverse afspiegeling zijn van onze bevolkingsopbouw. Ze stelt stageplekken beschikbaar en bij aanbestedingen wordt het creëren van stageplaatsen als criterium meegenomen.

7. De gemeente stimuleert de oprichting van een Platform Maatschappelijk Verantwoord  Ondernemen, waar ondernemers van elkaar leren, elkaar inspireren en samen projecten  kunnen ontwikkelen.

8. De sterke kanten en potentiële mogelijkheden van onze gemeente en regio moeten beter worden benut voor de economische ontwikkeling. Samen met het bedrijfsleven verkennen we de kansen hiervoor.
* toeristisch-recreatieve ontwikkeling, met daarbij behorende werkgelegenheid
* ontwikkeling van groene vrijetijdsindustrie

B. Sociaal beleid: meedoen mogelijk maken

Alle inwoners moeten de kans krijgen om mee te doen in de samenleving. Betaald werk hebben is hierbij heel belangrijk. Als mensen niet kunnen of mogen meedoen, dan zorgt dit ervoor dat zij minder kansen krijgen om zich te ontwikkelen en minder toegang hebben tot allerlei sociale en professionele netwerken. Dit kan leiden tot een sociaal isolement en een slechtere gezondheid.

GroenLinks wil mensen niet afschrijven, maar ze een toekomst bieden. We kunnen vaak vroeg voorspellen met wie het later misgaat of wie niet op eigen kracht aan een baan zal komen. Het patroon dat in bepaalde families generatie op generatie in armoede leeft, moet worden doorbroken. Dat vraagt om tijdig interveniëren.
De gemeentelijke sociale dienst speelt daarbij een belangrijke rol. GroenLinks is voor ruimhartige inkomensondersteuning, zodat mensen met een minimumuitkering of werkende armen zich niet uitgesloten hoeven te voelen en ook hun kinderen aan sport- en culturele activiteiten kunnen meedoen. De gemeente moet daarbij proactief zijn; niet pas in actie komen als mensen uit hun huis zijn gezet of diep in de schulden zitten. Dat vraagt om een gerichte benadering waarbij mensen persoonlijk worden opgezocht. De sociale dienst moet veel meer een ‘er op af-centrum’ worden.

Sociaal beleid mag niet louter een financieel vangnet zijn: mensen moeten vooral worden ondersteund om hun leven weer op orde te krijgen en een plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Aan elke klant wordt daarom gevraagd hoe hij daarbij geholpen kan worden. De klant is de norm; de begeleiding wordt afgestemd op wat hij nodig heeft. Eén dag niet geïnvesteerd in mensen, beschouwen wij als een verloren dag.
GroenLinks wil kansen creëren voor kwetsbare burgers. We weten uit allerlei onderzoek dat eenderde van de mensen die een bijstandsuitkering ontvangt nooit een reguliere betaalde baan kan krijgen. Het heeft geen zin om mensen met een beperking op te jagen tot topsport als ze dat niet kunnen; dan geven we ze liever breedtesport. Als rekening gehouden wordt met wat een cliënt wèl kan, dan ontstaan er ook veel meer mogelijkheden voor de mensen zelf èn voor de samenleving. Iemand die maar een paar uur per week kan werken, kan bijvoorbeeld getraind worden om vrijwilligerswerk te doen bij iemand die zorg nodig heeft. Cliënten aan de onderkant van de arbeidsmarkt worden zo alsnog bij de samenleving betrokken. Meedoen staat voorop: via arbeidsparticipatie of een andere vorm van maatschappelijke activiteit.
Mensen met een beperking (fysiek/verstandelijk/psychisch) moeten de baas kunnen blijven over hun eigen leven: ze moeten actief kunnen deelnemen aan de samenleving. De gemeente ondersteunt hen om de belemmeringen die zij daarbij ondervinden weg te nemen.
Erkende vluchtelingen moeten als nieuwkomers de Nederlandse taal leren. Daarnaast krijgen ze een aanbod voor reïntegratie of participatie. Dit meedoen in de maatschappij draagt bij aan een snelle integratie op de arbeidsmarkt.
Asielzoekers hebben een onzeker bestaan in ons land. Ze verblijven voor korte of langere tijd onder sobere omstandigheden in grote asielzoekerscentra of terugkeerlocaties. Ondanks plechtige beloftes vanuit Den Haag lukt het niet altijd om uitgeprocedeerde asielzoekers veilig te laten terugkeren naar hun herkomstland. Gemeenten krijgen dan te maken met illegale plaatsgenoten die, als ze niet kunnen terugvallen op alternatieve opvangvoorzieningen, op straat zwerven en soms slachtoffer worden van uitbuiting. Daarom vindt GroenLinks dat onze gemeente uitgeprocedeerden moet opvangen om te voorkomen dat ze als illegaal op straat belanden.
Er moet een burgerloket komen voor regelingen en benutting door mensen die daar recht op hebben, maar onvoldoende kennis of mogelijkheden hebben om hiervan gebruik te maken.

Programmapunten:

9. Meer mensen duurzaam aan het werk en minder mensen langdurig in de uitkering: via  gerichte arbeidsbemiddeling of scholing. Met elke cliënt wordt een ontwikkelingsplan  gemaakt. Maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid worden gestimuleerd als middel naar werk en als maatschappelijk doel:
• Cliënten krijgen één aanspreekpunt bij de sociale dienst: een eigen coach die zorgt voor  ‘dienstverlening op maat’. Cliënten zijn er niet bij gebaat als ze allerlei instanties moeten aflopen.
• Elke cliënt moet direct aan de slag kunnen met werk of een opleidingstraject. Daarom heeft de gemeente eigen stageplekken en maken we met woningcorporaties, zorginstellingen en andere werkgevers afspraken over stageplaatsen en proefplaatsingen (e.v. met tijdelijke bijbetaling, begeleiding). Met het ROC wordt afgesproken dat mensen elke dag kunnen instromen.
• Mensen die vanuit een uitkering een bedrijf willen beginnen, krijgen daarbij advies en  financiële ondersteuning.
• Cliënten die bezig zijn met een scholingstraject en maatschappelijk activeringstraject worden ontheven van de sollicitatieplicht als deze een barrière vormt voor een goed verloop van het traject.
• We stimuleren dat mensen met een uitkering zich actief voor anderen inzetten, bijvoorbeeld door hulp bij klusjes in huis en tuin, begeleiding bij artsbezoek en sociale activiteiten.
• De gemeente creëert participatiebanen voor mensen die (nog) niet toe zijn aan reïntegratie op de arbeidsmarkt: werk in buurten, onderwijs, zorg, welzijn, sport en openbare ruimte. Tegen normaal loon, met normale secundaire arbeidsvoorwaarden zoals pensioenopbouw.

10. Aanpak schulden-en armoedeproblematiek:
• Schulden (vooral achterstallige woonlasten: huur, energie) moeten worden voorkomen.
Daarom komt er een budgetadviescentrum en een bindend budgetadvies bij elke
uitkeringsaanvraag en elk schuldhulpverleningstraject. Jaarlijks voert de gemeente
bovendien een preventiecampagne.
• Een (kwetsbaar) huishouden met meerdere problemen krijgt één verantwoordelijke hulpverlener. Deze zorgcoach helpt het leven weer op orde te brengen en regelt de samenwerking met bijvoorbeeld het maatschappelijk werk, de woningcorporatie en de welzijnsinstelling.
• De gemeente gaat actief op zoek naar stille armoede en zorgmijders: iedereen wordt persoonlijk aangeschreven of zo nodig opgezocht.

11.Actieve inkomensondersteuning: een sluitend stelsel van minimaregelingen tot 120 procent (kwijtschelding gemeentelijke belastingen, langdurigheidstoeslag, bijzondere bijstand, noodfonds e.d.):
• Minimaregelingen kunnen met een enkelvoudige, simpele procedure worden aangevraagd en worden meteen verstrekt (één aanvraagformulier voor alle regelingen; een snelloket).
• Mensen worden ondersteund bij het aanvragen van allerlei voorzieningen, toelages en regelingen
• Het niet-gebruik van minimaregelingen wordt tegengegaan door gerichte communicatie naar doelgroepen en maatschappelijke instellingen (leerkrachten, thuiszorg, huisartsen,
voedselbank), buurtgerichte activiteiten en thuisgesprekken.
• Er komt een website met toegankelijke actuele informatie voor burgers en professionals.

12.Meer aandacht voor kinderen in armoede. Kinderen uit financieel arme gezinnen moeten lid kunnen worden van (sport)verenigingen; de financiële drempels hierbij willen we wegnemen. Over drie jaar is de sociale armoede onder kinderen en jongeren gehalveerd.

13.Cliënten van de sociale dienst verdienen de beste ondersteuning. Op plekken van essentiële dienstverlening moeten de beste mensen zitten. Daarom willen we investeren in de professionaliteit van medewerkers. De dienstverlening, de organisatie en de structuur moeten aangepast zijn aan de veranderende doelgroep. Dit betekent een wezenlijke interculturalisering en kennis van de codes bij de verschillende groepen.

14.Actief informatie geven over mogelijke voorzieningen, via website, zorgloket of huisbezoek. Het zorgloket moet een plek zijn waar informatie over de volle breedte wordt gegeven en het advies aansluit bij de individuele situatie van de cliënt:
• Bureaucratische handelingen (waaronder indicatiestellingen) bij het aanvragen van gemeentelijke voorzieningen worden daarbij tot een minimum beperkt.
• Cliënten die een persoonsgebonden budget prefereren worden bijgestaan bij de
administratieve afhandeling.
• Mantelzorgers krijgen hier informatie, praktische hulp bij het regelen van ondersteuning en het inschakelen van respijtzorgvoorzieningen (deze nemen de zorg van de zorgbehoevende op zich om de intensieve mantelzorger te ontlasten en even vrijaf te geven).

15.Verbetering van de individuele vervoersmogelijkheden. Van toegankelijk openbaar vervoer, een aangepaste auto tot ov-taxivervoer dat op tijd is en de klant adequaat bejegent.

16.Een passend woonaanbod, bijvoorbeeld: aanleunwoningen, aangepaste woningen, beschermd wonen en begeleid zelfstandig wonen. En de mogelijkheid voor mantelzorgers om in de nabijheid van de zorgbehoevende te wonen.

17.Een gevarieerd aanbod van zinvolle dagactiviteiten, inclusief werk bij een maatschappelijke instelling of een bedrijf.

18.Recreatiemogelijkheden (sport, uitgaan) voor verschillende leeftijdsgroepen en op plekken waar men zich veilig voelt (bijvoorbeeld een disco voor verstandelijk gehandicapten).

19.Cliëntenorganisaties worden actief betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid. Adviesraden horen divers samengesteld te zijn (man/vrouw, oud/jong, homo/hetero, autochtoon/allochtoon); zo zorgen we ervoor dat niet alle cliënten over één kam worden geschoren en rekening wordt gehouden met specifieke zorgvragen.

C. Wijkvoorzieningen:

De wijk of buurt is dé plek waar mensen elkaar ontmoeten en samenleven. Voor de leefbaarheid en de veiligheid in een wijk is niet alleen de fysieke structuur belangrijk, maar ook de verbanden tussen de bewoners. Voor het welbevinden van mensen is het belangrijk dat ze elkaar kunnen ontmoeten, elkaar kennen, invloed op hun omgeving kunnen uitoefenen en verantwoordelijkheid kunnen nemen.
GroenLinks wil investeren in algemene voorzieningen, ontmoetingsplekken en ontplooiingsmogelijkheden. Mensen die kwetsbaar zijn krijgen extra aandacht, door ze te betrekken en aan te spreken op hun mogelijkheden, en ze te ondersteunen als ze het zelf niet redden.

Programmapunten:

20.In elke kern een wijkdienstencentrum. Hier vinden allerlei op de buurt gerichte activiteiten plaats, voor jong en oud (ontspanning, cursussen, zorg-en dienstverlening). Men kan hier binnenlopen voor een kop koffie of een spelletje biljart. Hier zijn ook de wijkconciërge en de klussendienst te vinden en houdt de wijkagent spreekuur.

21.Voor elke kern een wijkplatform. Een regelmatig overleg van gemeente met welzijnswerk, de woningcorporaties, wijkagent en bewonerscommissies over de fysieke leefomgeving (schoon, groen, heel en veilig) en leefbaarheidsproblemen; met afspraken over oplossingen en de uitvoering daarvan.

D. Jeugdbeleid: Kiezen voor jongeren

Waalre moet een fijne plek zijn voor kinderen. Ze moeten zorgeloos kunnen opgroeien: in een goede sfeer thuis, met voldoende speel- en sportruimte in de buurt en mogelijkheden om mee te doen in allerlei verenigingen. We willen ze hiertoe alle ruimte geven, ze serieus nemen en steun bieden, maar ook grenzen stellen en onacceptabel gedrag corrigeren.
Het aanbod van de reguliere voorzieningen in Waalre waar kleine kinderen tot jongvolwassenen gebruik van maken moet worden versterkt. Kinderopvang, peuterspeelzalen, onderwijs, zorg en vrijetijdsvoorzieningen dienen zodanig op elkaar aan te sluiten dat ze tegemoetkomen aan de basisbehoeften van kinderen en hun ouders/opvoeders. Hoe meer dit het geval is, des te meer mogelijkheden hebben jeugdigen om positieve ervaringen op te doen die bijdragen aan hun welzijn en ontwikkeling. Die positieve ervaringen zijn voor alle kinderen goed, maar vooral voor kinderen in achterstandssituaties.

Kinderen mogen er op rekenen dat de professionals die ze tegenkomen in opvang, onderwijs en allerlei buitenschoolse activiteiten in staat zijn te signaleren dat een kind problemen heeft en extra aandacht nodig heeft. Gespecialiseerde deskundigheid moet dan gemakkelijk ingeroepen kunnen worden om de reguliere voorziening te versterken of ondersteuning te bieden in de eigen leefomgeving.
Opvoeden is leuk. Toch zit iedereen wel eens met vragen over opgroeien en opvoeding. Hulp vragen en hulp krijgen moeten vanzelfsprekender worden. Het Centrum voor Jeugd en Gezin kan hier aan bijdragen, als jongeren en opvoeders voor informatie, voorlichting en hulp dichtbij huis terecht kunnen en het even herkenbaar en gemakkelijk toegankelijk wordt als het consultatiebureau nu.

Kinderen zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de gemeente. Daarom dient bij de inrichting van de openbare ruimte meer rekening gehouden te worden met kinderen. Straten horen veilig voor hen te zijn. Er moet ruimte voor jongeren worden gereserveerd en ingericht. Een gemeente die vriendelijk is voor kinderen, is vriendelijk voor iedereen.
Onze samenleving is steeds meer geneigd om jongeren die op straat ‘hangen’ als een probleem te zien. Wij beschouwen flaneergedrag van jongeren op straat als een normaal verschijnsel dat te maken heeft met hun behoefte om elkaar te ontmoeten. Jongeren horen die gelegenheid ook te hebben; de publieke ruimte is er immers voor iedereen. Soms gaat het hanggedrag echter gepaard met ernstige overlast voor de omgeving en onwettig gedrag. Dan is ruimte bieden niet langer gepast en ingrijpen nodig. Niet alleen om de veiligheid in de wijk te verbeteren, maar ook om jongeren te leren hoe ze zich in de publieke ruimte moeten gedragen en om een verder afglijden in criminaliteit te voorkomen.
Jongeren weten zelf het best wat er leeft onder jongeren. Daarom moet de gemeente meer van hun deskundigheid gebruikmaken, hen uitdagen zich in te zetten voor de samenleving, de eigen buurt of projecten waar jongeren zelf baat bij hebben. We willen ze meer verantwoordelijkheid geven. Participatie kan zo een antwoord zijn op de klacht van jongeren ‘dat er niets te doen is in Waalre’ en dat ze zich vervelen. Participatie vergroot hiermee ook de vrijheden van jongeren.

Programmapunten:

22.We willen de openbare ruimte kindvriendelijk inrichten:
• Elk kind moet binnen 100 meter veilig buiten kunnen spelen. Drie procent van de nog te bouwen wijken (Waalre Noord, Brabantia) wordt aangewezen als buitenspeelruimte.
• In elke wijk een trapveldje.
• Speelpleinen van scholen worden onderdeel van de openbare buitenspeelruimte.
• Er komen meer natuurspeelplaatsen, met avontuurlijke en waterspelelementen . De speelvoorzieningen zijn er voor de kinderen. Daarom praten ze mee over hoe ze het leukst kunnen worden ingericht.
• Iedere lente een wijk-kijk. Speelplekken moeten schoon blijven en niet kapot zijn. Daarom komt er een wijk-kijk: kinderen en ambtenaren/jeugdwerkers kijken samen of alles nog goed is. Wat kapot is, wordt gerepareerd of vervangen.
• Er komt een kindertoets in het bestemmingsplan. Aan parkeerplaatsen en winkels wordt altijd gedacht. Dat staat in het bestemmingsplan. Speelplekken staan daar nog niet in. Dat moet veranderen: in bestemmingsplannen wordt altijd rekening gehouden met kinderen.
• Routes naar speelplaatsen en scholen worden veilig ingericht.

23.We betrekken jongeren actief bij het jongerenbeleid. Daarom komt er een jongeren ’denktank’ met jongeren van verschillende scholen en achtergronden zitten. Dit als uitbreiding van de JPW die als spreekbuis wil fungeren.

24.Het jongerenwerk maakt buitenschoolse programma’s vóór jongeren mèt jongeren. Een eigen ontmoetingsplek is van belang, evenals het aanleren van allerlei vaardigheden die van pas komen op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven wordt hierbij actief ingeschakeld.
25.Er komt één loket voor opgroei-en opvoedingsondersteuning:
• Het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt een vraagbaak voor allerlei opvoedvragen, biedt snel hulp en zorgt voor een effectieve aanpak van de problemen. Bij ernstige problematiek wordt doorverwezen naar Bureau Jeugdzorg. Het Centrum moet in 2011 actief zijn.
• Het CJG wordt herkenbaar en gemakkelijk toegankelijk. Om iedereen te kunnen bereiken komt er een virtueel CJG. Hier krijgen jongeren en opvoeders antwoord op hun vragen en vinden ze adressen van instanties die lokaal hulp bieden. Ook kunnen ze er direct een lokale hulpverlener om hulp vragen. De site biedt ‘fun’: foto’s, poll’s, filmpjes etc.

26.Problemen met hangjongeren lossen we samen mèt jongeren en omwonenden op. Jongeren op straat kunnen voor veel overlast zorgen: lawaai, vuil, vernieling en verbaal en fysiek geweld. We willen dat niet negeren. Negeren helpt net zo weinig als louter hard aanpakken. We willen naar oplossingen zoeken, met praten, ruimte bieden en grenzen stellen, afspraken, toezicht (jongerenwerkers, politie), alternatieve activiteiten organiseren en straffen bij misdragingen. Met jongerenbuurtbemidddeling geven we jongeren daar een actieve rol in.

27.Er komt een coordinator Jeugd.

E. Onderwijs: centrum voor brede ontplooiing

Onderwijs legt de fundamenten voor onze toekomst. Daarom is het belangrijk dat onderwijs àlle kinderen stimuleert om zich te ontwikkelen tot sociale, verantwoordelijke en zelfredzame burgers. Ons onderwijs moet jongeren, zeker uit een omgeving waar armoede en achterstelling heersen, kansen geven op vooruitgang. Juist deze jongeren raken nu verloren in een onderwijssysteem dat hen niet uitdaagt en niet helpt om het beste uit zichzelf te halen, maar hen vroegtijdig voorsorteert op achterblijven.
We willen onderwijs dat voor iedereen, ongeacht herkomst, sekse of sociale achtergrond, optimale kansen biedt zich breed en maximaal te ontplooien. Voorschoolse educatie en kwalitatief hoogwaardige kinderopvang moeten kinderen een goede start geven. Tijdige signalering van gedrags- en leerproblemen kan voorkomen dat leerlingen onnodig achterop raken, spijbelen of geheel uitvallen en voortijdig de school verlaten. We willen dat alles op alles wordt gezet om te voorkomen dat jonge mensen in een spiraal van kansenarmoede terechtkomen.

Veel scholen staan midden in de wijk. Er wordt niet alleen onderwijs gegeven, er is ook kinderopvang en er vinden allerlei naschoolse activiteiten voor jongeren en ouders plaats. Het onderwijs werkt hierbij samen met welzijns- en zorginstellingen, en steeds vaker ook met culturele- en sportverenigingen. Wij juichen deze brede school-ontwikkeling toe, omdat dit bijdraagt aan de brede ontplooiing van kinderen. De Brede School kan zo uitgroeien tot een kindercentrum waar onderwijs, ondersteuning en vrije tijd samenkomen en waar de basisbehoeften van jeugdigen en hun opvoeders centraal staan. De gemeente kan dit stimuleren, door samenwerking en afstemming van allerlei instellingen te bevorderen en door schoolgebouwen hiervoor geschikt te maken (nieuwbouw/renovatie/vrijkomende schoollokalen).

De gemeente is verantwoordelijk voor het openbaar onderwijs. In Nederland hebben ouders een vrije schoolkeuze: het recht om die school en onderwijsvorm te kiezen die zij voor hun kinderen het meest geschikt vinden. Om iets te kunnen kiezen, vinden wij een pluriform onderwijsaanbod van belang: dat is niet alleen bijzonder onderwijs, ook openbaar onderwijs en een differentiatie in onderwijsvisie. In elke brede school moet daarom een volwaardig openbaar onderwijs worden aangeboden.

Programmapunten:

28.Liefst elke school een brede school.
• De gemeente helpt scholen de omslag te maken en stimuleert samenwerking met andere instellingen.
• Clustering van scholen in één gebouw biedt de mogelijkheid om scholen hun eigen identiteit te laten behouden, terwijl er tegelijk ruimte komt voor gezamenlijke voorzieningen die er voorheen niet waren (zoals mediatheek, werkplekken voor ondersteunend personeel, ruimte voor buitenschoolse activiteiten) – voorzieningen die modern onderwijs mogelijk maken. Er ontstaan ook kansen voor gezamenlijke onderwijsactiviteiten, kinderen met verschillende achtergronden leren ontmoeten elkaar op een natuurlijke weg. Bij nieuwbouw van scholen ontstaat de kans een brede school te realiseren, gecombineerd worden met een multifunctioneel/wijkdienstencentrum.

29.Gelijke schooltijden voor alle basisscholen. Als de kinderen bijvoorbeeld van acht tot twee naar school gaan, dan ontstaat er ’s middags meer ruimte voor naschoolse opvang en sport, muziek en cultuur. Voor ouders kan dit de combinatie van arbeid en zorg vergemakkelijken.

30.Achterstanden vroegtijdig aanpakken. Álle kinderen met een risico op een taalachterstand in het Nederlands nemen in 2011 deel aan voorschoolse educatie. Met de scholen maken we afspraken over de vroegschoolse educatie. De gemeente stimuleert de invoering van een leerlingvolgsysteem en een soepele overgang tussen primair en voortgezet onderwijs. Daarmee wordt een te vroege selectie (op 12-jarige leeftijd) voorkomen.

31.Leerlingen die onvoldoende de Nederlandse taal beheersen om goed op school te functioneren (zogenoemde zij-instromers) komen tijdelijk in een schakelklas, zodat ze later beter kunnen doorstromen in het onderwijs.

32.Voor hoogbegaafde leerlingen komen er meer mogelijkheden voor eigen ontwikkeling met een Plusklas.

33.Samen met migrantenorganisaties zoeken we naar mogelijkheden voor optimale ondersteuning van allochtone kinderen, zoals het inschakelen van rolmodellen uit de gemeenschappen, het meer betrekken van ouders (moeders én vaders) bij de schoolcarrière van hun kind of het instellen van intermediairs tussen school en ouders. Scholen dienen er alert op te zijn dat ze allochtone leerlingen geen te laag advies voor het voortgezet onderwijs geven.

34.Er worden zorgteams opgericht. In een team zitten vertegenwoordigers van de betreffende scholen, maatschappelijk werk en jeugdhulpverlening. Een zorgteam komt regelmatig bij elkaar, bespreekt ‘signaal-kinderen’ en stelt een aanpak van de problemen vast; één instelling gaat daarmee aan de slag.

35.Iedere jongere zit op school of volgt een leerwerktraject. Schoolverzuim en schooluitval in het voortgezet onderwijs worden actief aangepakt. Een goede samenwerking tussen (Regionaal) Bureau Leerlingzaken, instellingen voor onderwijs en jeugdhulpverlening is hierbij van belang. Geen leerplichtige jongere zit thuis: er komt kortstondige opvang voor leerlingen met gedragsproblemen, met als doel terugkeer naar school (bijvoorbeeld een reboundvoorziening). Met het bedrijfsleven maakt de gemeente afspraken over stage/leerplekken voor (vroegtijdige) schoolverlaters en mentor-en coachingsprojecten

36.We willen dat zwart en wit samen naar school gaan. Daarom maakt de gemeente met het onderwijs afspraken maken over:
• Het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie. Over schoolkeuzevoorlichting en een vaste aanmelddatum.
• Het sluiten van ‘vriendschappen’ tussen scholen.
• Initiatieven van witte ouders die hun kinderen gezamenlijk willen inschrijven bij een zwarte buurtschool krijgen steun van de gemeente

37.Op alle scholen wordt voorlichting gegeven over gender issues, zoals homoseksualiteit. De gemeente stelt hiervoor middelen beschikbaar.

38.We willen educatie van volwassenen en tweedekansonderwijs bevorderen. Voor inburgeraars ligt het accent op (intensieve) cursussen Nederlands als tweede taal, met de mogelijkheid om door te stromen van educatie naar het beroepsonderwijs of naar de arbeidsmarkt. Samenwerking met het beroepsonderwijs is noodzakelijk.
De gemeente stimuleert ook dat migranten uit EU-landen vrijwillig deelnemen aan een inburgeringscursus.

39.Het onderwijs is gebaat bij adequate huisvesting en goed onderhoud. In een naargeestig gebouw kan onderwijs niet stimulerend zijn. Ook mogen de leerprestaties niet lijden onder een slecht binnenklimaat. De gemeente vergoedt de aanpassingen die nodig zijn om het binnenmilieu van een school aan de wettelijke normen te laten voldoen.
Samen met het onderwijs maakt de gemeente een meerjarig huisvestingsplan, gebaseerd op de leerlingenprognose. De gemeente zorgt voor een goede spreiding van het openbaar onderwijs over de gemeente. Aan nieuwe scholen wordt de eis gesteld dat er ruimte is voor buitenschoolse opvang.

F. Wonen: een huis voor iedereen

GroenLinks wil dat Waalre een economisch en sociaal levendige gemeente blijft. Een gemeente met een heterogene bevolking, naar leeftijd en inkomen. Jongeren en jonge gezinnen met een laag inkomen moeten meer kansen krijgen op de woningmarkt. Dat geldt ook voor ouderen die zorg nodig hebben. Hiervoor is meer flexibiliteit en meer keuze op de woningmarkt nodig. We willen de kansen die nieuwbouw en herstructurering bieden ten volle benutten. En de mogelijkheden van de bestaande woningen optimaliseren.
GroenLinks wil het openbare gebied fraai inrichten: we streven naar een openbare ruimte waar iedereen graag verblijft en zich veilig voelt.
Het woningaanbod moet voldoende gedifferentieerd blijven, zodat er voldoende keuze is voor de verschillende doelgroepen.

Programmapunten:

40.De gemeente ontwikkelt samen met de woningcorporaties, huurders en andere betrokkenen een woonvisie. Op basis hiervan worden met de woningcorporaties en andere woningaanbieders afspraken gemaakt, zodat er voor alle doelgroepen voldoende woningaanbod is. Daarmee wordt ook de doorstroming op de woningmarkt bevorderd.

41.Bij nieuwbouw en herstructurering ligt het accent op woningen voor jongeren en ouderen en op meer differentiatie in prijsklassen en woningtypen. Daarbij zet de gemeente in op betaalbare nieuwbouw van zowel huur als koop, en natuurlijk van goede kwaliteit (duurzaam, energiezuinig en met Woonkeur). Hierbij wordt rekening gehouden met de vraag naar geschikte woningen (nultredenwoningen), voorzieningen (zorg en welzijn) en de woonomgeving (centraal, toegankelijk, goed bereikbaar). (benoem de locaties)

42.Er moeten niet alleen standaard eengezinswoningen of appartementen als wooneenheid worden aangeboden, maar ook alternatieve vormen van huisvesting:
• Voor jongeren bijvoorbeeld containerwoningen (‘spaceboxen’), groeiwoningen,
kluswoningen en kamervilla’s.

• Mensen met een laag inkomen hebben baat bij een divers aanbod aan koop-en
huurconstructies: bijvoorbeeld Koopgarant, Koop Goedkoop, Huurvast, Huurzeker, Te
Woon. Daarmee wordt ook de stap van huur naar koop verkleind.
• Collectief particulier opdrachtgeverschap (cpo) wordt bevorderd.
• Evenals de mogelijkheden om wonen en werken te combineren.

43.De gemeente stelt startersleningen beschikbaar: hiermee kunnen koopwoningen bereikbaar worden voor jongeren.

44.Met woningaanbieders maakt de gemeente afspraken om bijvoorbeeld 30 procent van de aangeboden huurwoningen toe te wijzen aan jongeren onder de 30 jaar.

45.Voor woningzoekenden die niet (snel) op reguliere wijze in aanmerking kunnen komen voor woonruimte worden zogenoemde corporatiehotels gebouwd.

46.Ouderen moeten zo lang mogelijk zelfstandig en comfortabel kunnen wonen. Dat vereist geschikte woningen. Met de corporaties maakt de gemeente afspraken over het aanpassen van woningen. Ook eigenaars/bewoners krijgen een palet aan maatregelen aangeboden, waaruit zij kunnen kiezen naar gelang de eigen wensen. Het gaat hierbij om prettig kunnen blijven wonen zonder grootschalige ingrepen.

47.Voor ouderen met een zorgvraag en mensen met een beperking is een divers aanbod nodig van zorg/welzijn en woonvormen: we willen dat mensen hierbij veel keuzevrijheid hebben.

48.Naast ‘gewone’ woningen is het belangrijk dat er voldoende woonplekken zijn waar mensen tijdelijk kunnen worden opgevangen in maatschappelijke opvang.

49.Daar waar kantoren (maar ook kerken, boerderijen) leeg staan en behoefte is aan woonruimte voor jongeren bevordert de gemeente dat deze geschikt kunnen worden gemaakt voor woonruimte. Onder andere door een bestemmingswijziging en een gemeentelijke subsidie.

50.Samen met bewoners, het welzijnswerk en de woningcorporaties ontwikkelt de gemeente wijkvisies. Deze wijkvisies zorgen voor een gerichte aanpak van de knelpunten. Doel is de realisering van leefbare wijken, met een voldoende gedifferentieerd woningaanbod en een goed voorzieningenniveau.

51.Bij de opzet van een nieuwe wijk mag de inrichting van het openbare gebied geen sluitpost zijn, omdat dit ten koste gaat van de leefbaarheid. Daarom willen van te voren met de bewoners bespreken hoe het openbare gebied er uit moet zien.

G. Sport: Waalre in beweging

Sporten is leuk en biedt ontspanning voor jong en oud. Sporten heeft ook een aantal andere voordelen. Zo krijgen mensen er meer sociale contacten door, zeker als ze zich als vrijwilliger voor een vereniging inzetten. Sporten is bovendien gezond. Niet iedereen sport of beweegt echter in voldoende mate. Vooral jongeren, ouderen, chronisch zieken, niet-werkenden, mensen met overgewicht en mensen van niet-Nederlandse herkomst bewegen te weinig.
GroenLinks wil een sportieve levensstijl bevorderen door iedereen de mogelijkheid te geven om te gaan sporten. Omdat de meeste mensen zelf de weg naar commerciële sportaanbieders of reguliere sportverenigingen kunnen vinden, willen wij vooral de sportdeelname stimuleren van groepen die weinig aan sport doen. De gemeente kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren, in nauwe samenwerking met de sportverenigingen.

Programmapunten:

52.We willen dat meer jongeren gaan sporten en dat het aantal jeugdleden van
sportverenigingen toeneemt:
• Alle leerlingen van basis-en voortgezet onderwijs krijgen een kennismakingsprogramma aangeboden bij de verschillende sportverenigingen in de gemeente.
• Meer scholen gaan sport aanbieden als naschoolse activiteit (bijvoorbeeld in
samenwerking met een sportvereniging).
• De ondervertegenwoordiging van allochtone jongeren (met name meisjes) bij
sportverenigingen moet verminderen.

53.Voor senioren komt er een gevarieerd aanbod aan sport-en bewegingsactiviteiten, waarbij wordt ingespeeld op de behoeften binnen deze groep.

54.Aan sportverenigingen wordt gevraagd om voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking een aangepast sportaanbod te leveren. Ze krijgen daarbij hulp van ondersteunende instanties en de gemeente.

55.De gemeente ondersteunt de sportverenigingen, zowel financieel als inhoudelijk. Met subsidie houden we de sport betaalbaar en breed toegankelijk.

56.De gemeente zorgt voor kwalitatief goede sportvoorzieningen (sportvelden,
sporthal) met een goede spreiding over de gemeente:
Het achterstallig onderhoud van de gemeentelijke sportaccommodaties wordt weggewerkt. Er komen meer sport-en spelmogelijkheden in de openbare ruimte.

Bij de planontwikkeling van een nieuwe wijk wordt vanaf het begin rekening gehouden met sportvoorzieningen.

57.We hebben oog voor uitzonderlijk talent en bijzondere prestaties. Er komt een jaarlijkse gemeentelijke sportprijs.

H. Kunst en cultuur horen erbij

Kunst en cultuur kunnen verrassen, stimuleren en inspireren; ze verrijken het leven. Het is goed toeven in een gemeente met een rijk en gedifferentieerd cultureel aanbod en een actief verenigingsleven. Een bloeiend kunstenklimaat draagt bij aan een vitale en creatieve samenleving. Een samenleving die kritisch over zichzelf nadenkt om zich te kunnen vernieuwen en veranderen, kan niet zonder kunst die nieuwe perspectieven op de samenleving ontwikkelt. In een gemeente met een sterke culturele sector willen ondernemers bovendien graag investeren.
GroenLinks wil het culturele aanbod in Waalre versterken en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen hier aan deelnemen. Kunst en cultuur horen erbij! Uitgaven voor kunst en cultuur zijn voor GroenLinks geen sluitstuk van de begroting of afhankelijk van de economische ontwikkeling.

Programmapunten:

58.Werken aan een goed cultureel klimaat, met een gevarieerd aanbod van kunstdisciplines.
• Het culturele potentieel dat al in de gemeente aanwezig is moet beter worden benut en toegankelijker worden. Veel gebeurt er al zonder dat mensen het vaak weten. Dit verdient betere promotie.
• De instellingen binnen de cultuursector worden gestimuleerd om meer samen te werken. De kwaliteit van het aanbod en het publieksbereik worden groter als er rond bepaalde thema’s meer wordt samengewerkt, bijvoorbeeld tussen amateurkunstverenigingen, bibliotheek, museum en lokale media. Ook andere sectoren, zoals het midden-en kleinbedrijf, gemeentepromotie en toerisme en het onderwijs, kunnen baat hebben bij samenwerking met kunstenaars. Een cultuurmakelaar kan daarbij helpen. Om die samenwerking te stimuleren stelt de gemeente middelen beschikbaar.
• We ondersteunen de ontwikkeling van een cultuurcentrum: een laagdrempelige culturele voorziening, waar een breed en divers cultureel aanbod een plaats kan krijgen: waar de landelijk bekende cabaretier optreedt, maar ook de plaatselijke toneelvereniging.
• Amateurkunst in verenigingsverband wordt gesubsidieerd, in ruil voor een aantal
publieksuitvoeringen per jaar.
• Er moet ruimte zijn voor experiment: verrassende kleine initiatieven verdienen
ondersteuning (bijvoorbeeld een bewonersactie voor een beeld in hun wijk,
een expositie van kunstenaars in een leegstaand gebouw, een activiteit van kunstenaars waarmee een maatschappelijk probleem op de kaart wordt gezet, jongeren die een speciaal op jongeren gericht kunst-en cultuurtijdschrift maken).
• De gemeente stelt een jaarlijkse cultuurprijs in. Als beloning voor een vernieuwend initiatief of de bijzondere prestaties van bijvoorbeeld de plaatselijke fanfare.
• Er komt een ‘kunst-en cultuurcafé’: de politiek laat zich regelmatig inspireren door de culturele sector (verenigingen, kunstenaars etc.) over de vraag ‘met welke concrete activiteiten kunnen we het culturele klimaat in onze gemeente verbeteren?’
Het is zaak dat gemeenten in een regio hun culturele programmering op elkaar afstemmen. Dat vereist een sterke gezamenlijke regionale ambitie.

59.Meer aandacht voor kunst-en cultuureducatie.
Om jongeren enthousiast te maken voor kunst en cultuur, is het belangrijk dat hiervoor aandacht is in het onderwijs. De gemeente kan scholen daartoe stimuleren:
• Scholen kunnen meedoen aan het zogenoemde ‘kunstmenu’, waarbij cultuuractiviteiten worden bezocht (een dans-of theatervoorstelling, een concert, een film of vertelvoorstelling).
• Scholen kunnen kunstenaars (schilders, schrijvers, acteurs, musici, et cetera) in de klas halen en ook betrekken bij voor-en naschoolse activiteiten. Kinderen worden zo geconfronteerd met creativiteit en leren dat je op heel veel verschillende manieren naar de wereld kunt kijken en deze zo verschillend kunt ervaren.
• Het onderwijs kan hierbij gebruik maken van de diensten van de provinciale steunfunctie kunstzinnige vorming (Kunstbalie).
Een goede afstemming tussen kunsteducatie en amateurkunst bevordert de
doorstroming naar actieve kunstbeoefening.

60.Behoud en promotie van cultureel erfgoed.
Cultureel erfgoed is belangrijk: het maakt immers deel uit van onze geschiedenis; daar kunnen we van leren:
• Waardevolle panden, interieurs en landschapselementen worden niet gesloopt, maar beschermd en goed onderhouden. Leegstaand religieus erfgoed krijgt een nieuwe (culturele) bestemming.
• Er komen informatieborden bij monumenten (gebouwen, landschapselementen) om de geschiedenis ervan onder de aandacht van het publiek te brengen.
• De gemeente stimuleert de deelname aan Open Monumentendag, historische
wandelingen, beelden-en architectuurroutes. Zo worden cultuurhistorische waarden ook toeristisch en recreatief benut.
• De toegankelijkheid van het gemeentearchief wordt verbeterd en het bezit ervan
regelmatig tentoongesteld.
• Bij het erfgoedbeleid betrekt gemeente de plaatselijke historische vereniging.

61.De openbare bibliotheek: kunst en kennis voor iedereen.
De openbare bibliotheek biedt alle burgers vrije toegang tot informatie, kennis en cultuur, zodat zij zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in de maatschappij. Voor velen is lezen een belangrijke vorm van ontspanning. Ook is de bibliotheek een belangrijke ontmoetingsplaats in onze lokale gemeenschap geworden. In een tijd waarin minder wordt gelezen en taalachterstanden en laaggeletterdheid toenemen, ontwikkelt de bibliotheek zich steeds meer tot het kenniscentrum voor lezen en literatuur.
De afgelopen jaren daalde echter het bibliotheekgebruik, vooral onder bepaalde groepen. Die neergaande trend kan de bibliotheek keren door beter in te spelen op de veranderende behoeften van burgers en meer rekening te houden met de gewijzigde bevolkingssamenstelling (meer 65-plussers en meer westerse en niet-westerse immigranten). Met name kwetsbare en minder kansrijke groepen verdienen extra aandacht. Daarom maakt de gemeente met de bibliotheek afspraken over:
Leesbevordering. Lezen en schrijven zijn essentiële voorwaarden voor zelfredzaamheid. Met het onderwijs (en andere partners) gaat de bibliotheek taal-en leesbevorderingsprogramma’s aanbieden.
Mediawijsheid. In een tijd van informatieovervloed is het belangrijk dat vooral jongeren kritisch en verantwoord omgaan met internet en andere media-uitingen. Met het onderwijs maakt de bibliotheek daarom programma’s ter bevordering van mediawijsheid.
Digitale bibliotheek. Door de digitale bibliotheek uit te bouwen kunnen meer mensen op een eigentijdse manier gebruik maken van het aanbod aan informatie en diensten (bijvoorbeeld e-book, belangrijke selecties op specifieke thema’s).
Bereikbaarheid. De bibliotheek moet voor iedereen bereikbaar zijn. Dat kan door een goede (fysieke en digitale) spreiding van de bibliotheek: door inbouw van de bibliotheek in het onderwijs (Brede School), woonzorgcentra, wijkcentra, recreatieoorden. Hierdoor kan dienstverlening op maat worden aangeboden.
Kunstuitleen in de bibliotheek. Er komt een kunstuitleen (of uitleenpunt van een al bestaande regionale kunstuitleen) in de bibliotheek; zo komen meer mensen met kunst in aanraking. Bibliotheek en kunstuitleen verzorgen educatieve programma’s voor het onderwijs.

62.Ruimte voor kunstenaars.
Een goed werkklimaat voor kunstenaars draagt bij aan de vitaliteit van de gemeente. We willen stimuleren dat kunstenaars vrij en innovatief kunnen werken en dat werk ook kunnen tonen aan het publiek. Ateliers, werkplaatsen en oefenruimtes zijn hiervoor essentieel. Daarom komt er een cultuurbreed accommodatiebeleid:
• De gemeente stelt hiervoor relatief goedkope ruimte ter beschikking.
• Gemeentelijke panden die (tijdelijk) leeg staan kunnen worden gebruikt als atelierruimte.
• Er komen startsubsidies voor culturele ondernemers, als ze aan een bepaalde kwaliteit voldoen.
• De gemeente besteedt jaarlijks een vast bedrag aan kunst in de openbare ruimte.

I: Veiligheid: Preventie voor repressie

Iedereen, jong en oud, moet zich veilig voelen in Waalre. De lokale overheid hoort zich merkbaar in te zetten voor een veilige woon- en leefomgeving. GroenLinks verzet zich tegen een eenzijdige nadruk op repressie; we willen meer aandacht voor het voorkomen van ellende. Het bestrijden van criminaliteit begint met preventie en voorlichting.
De grens tussen een effectieve handhaving en de persoonlijke levenssfeer dient stevig bewaakt te worden.
Het waarborgen van de veiligheid is weliswaar een primaire taak van de overheid, maar de gemeente kan het niet alleen af. De inzet van meerdere partijen is hierbij nodig. Door wijkbewoners daadwerkelijk invloed op hun omgeving te geven, door het aanstellen van wijkbeheerders, wijkagenten en buurtvaders, en door het stimuleren van bedrijvigheid wordt de veiligheid in een wijk groter. Goede afspraken met woningcorporaties, politie, welzijnsorganisatie, middenstand en bewoners over onderhoud en beheer, en een actief toezicht op de naleving van regels en de bestrijding van overlast, dragen bij aan een veilige en schone omgeving. En als het toch echt fout gaat, dan moeten handhavers  natuurlijk passend en professioneel optreden. De taakverschuiving van politie  naar toezichtouders behoeft in dit verband bijzondere aandacht.

Om te zorgen dat iedereen kan participeren is een actief anti-discriminatiebeleid onontbeerlijk. GroenLinks vindt dat de politie daar aandacht aan moet besteden. In een diverse samenleving is dit noodzakelijk.
Een op de vier vrouwen krijgt regelmatig te maken met geweld in de privésfeer, lees: mishandeling door de mannelijke partner. In de lijst van dodelijke slachtoffers als gevolg van een onnatuurlijke oorzaak staat huiselijk geweld, na verkeersongevallen, zelfs op de tweede plaats. Tijdig ingrijpen is hierbij geboden om de veiligheid van het slachtoffer en mogelijke kinderen te waarborgen.
Wat betreft soft drugs: GroenLinks is voor gereguleerde en gecontroleerde verkoop. Soft on soft drugs, hard on hard drugs!

Programmapunten:

63.Voor elke wijk een wijkveiligheidsplan. De gemeente inventariseert samen met bewoners, instellingen en bedrijven de onveilige punten in de wijk. Ze maakt met politie, woningcorporaties, bedrijfsleven, welzijnswerk, onderwijs en bewoners afspraken over wie welk probleem aanpakt. Dit kan voor bepaalde delen van de gemeente leiden tot bijvoorbeeld extra politietoezicht, betere straatverlichting of een hekwerk, elders tot het aanstellen van een conciërge, afspraken met bewoners over het schoonhouden van het portiek of de inrichting van een speelplek. Kortom, het gaat om een combinatie van maatregelen, afgestemd op de specifieke situatie (plaats/tijd), met als doel de veiligheid te vergroten en gevoelens van onveiligheid weg te nemen.

64.De politie gaat meer aandacht besteden aan geweld tegen vrouwen. In de aanpak van eerwraak, vrouwenbesnijdenis en gedwongen huwelijken wordt nauw samengewerkt met organisaties van migrantenvrouwen.

65.De gemeenteraad bespreekt jaarlijks in het openbaar het gemeentelijk veiligheidsbeleid. Ze stelt dan de prioriteiten vast op basis van een analyse van de veiligheidssituatie in de gemeente.

66.Alle woningen worden voorzien van het politiekeurmerk Veilig Wonen. Met ondernemers maakt de gemeente afspraken die moeten leiden tot het behalen van het keurmerk Veilig Ondernemen voor de bedrijventerreinen ‘t Broek, Voldijn en Diepenvoorde. De uitgaanscentra moeten gaan voldoen aan de criteria van het keurmerk Veilig Uitgaan.

67.GroenLinks wil meer wijkagenten die de wijk en de buurtbewoners kennen. Wijkagenten zetten zich actief in om netwerken van bewoners, scholen, jeugdhulpverlening en politie en justitie tot stand te brengen waarin eventuele buurtproblemen kunnen worden opgelost.

68.Meer zichtbaar toezicht op straat: wijkagenten en boa’s. Aan de professionaliteit van toezichthouders worden hoge eisen gesteld.

69.Cameratoezicht en preventief fouilleren, gebiedsontzeggingen en samenscholingsverboden worden slechts onder strikte voorwaarden toegepast; als laatste redmiddel in situaties waarin andere middelen falen.

70.Bij huis-, tuin-en keukenconflicten tussen buren en buurtgenoten moet een beroep kunnen worden gedaan op een buurtbemiddelaar.

71.Een laagdrempelige vorm van geschilbeslechting in lastige wijken. Burenruzies, overlast en kleine vormen van criminaliteit moeten kunnen worden beslecht door een buurtrechter.

74.Handhavende diensten (politie en bureau toezicht) zijn divers van samenstelling: meer
vrouwen, homo’s en migranten. Dit vraagt om specifieke wervingscampagnes.

75.Er wordt een actief gemeentelijk anti-discriminatiebeleid ontwikkeld o.a. richting scholen, sportclubs en horeca. Er wordt door handhavende diensten streng opgetreden tegen vormen van discriminatie en uitsluiting.

76.De brandweer moet snel aanwezig zijn bij brand en andere calamiteiten. Dat blijft een aandachtspunt nu de brandweer van de gemeente is opgegaan in de regionale brandweer.
Daarnaast moet de nadruk vooral liggen op het voorkomen van brand: door regelmatige voorlichting over brandpreventie én periodieke controles op brandveiligheidsvoorschriften, vooral in gelegenheden waar veel publiek komt (horeca, wijkcentra, scholen).

J: Internationale solidariteit: denk mondiaal, handel lokaal

In veel landen hebben mensen minder kansen op een goed leven dan in Nederland. De kloof tussen arm en rijk wordt zelfs groter. Ook worden de armste landen het meest getroffen door de gevolgen van de economische recessie en de klimaatcrisis.
GroenLinks staat voor internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid. Wij vinden dat iedere wereldburger recht heeft op werk en een volwaardig inkomen, huisvesting onderwijs en gezondheidszorg en om in vrijheid het eigen leven te kunnen vormgeven.
Om dit te bereiken is een herverdeling van macht en middelen nodig, en een eerlijke internationale handel. Hier ligt een belangrijke taak voor nationale regeringen, de Europese Unie, de Verenigde Naties en andere internationale organisaties.
Maar ook gemeenten vormen hierbij een onmisbare schakel: op lokaal niveau kan iedereen bijdragen aan een sociaal, economisch en ecologisch duurzame wereld. De gemeente kan dat zelf doen, maar ook haar inwoners daartoe aanmoedigen.

Programmapunten:

77.De gemeente gaat al haar producten, diensten en werk duurzaam inkopen; in 2015 is dit 100 procent (www.senternovem.nl/duurzaaminkopen)
(In 2010 moet bij rijksaankopen en –investeringen in 100 procent van de gevallen duurzaamheid als zwaarwegend criterium worden meegewogen, tenzij het niet anders kan. Provincies en waterschappen streven naar 50 procent en gemeenten hebben 75 procent als doel gesteld. Realisering vereist wel dat de gemeente duurzaamheid integreert in haar inkoopprocessen.)

78.De gemeente maakt werk van eerlijke handel. Ze neemt Fair Trade-producten af en roept ook lokale instellingen daartoe op. In 2014 voldoet Waalre aan alle criteria van de Fair Trade-gemeente.

79.De gemeentelijke gelden worden duurzaam belegd. Ze worden uitgezet bij banken met duurzame fondsen: deze selecteren ondernemingen en sectoren die een iets lager financieel rendement behalen, maar wel letten op milieuaspecten, sociale betrokkenheid, arbeidsomstandigheden en welzijn voor dieren. Zo voorkomen we dat gemeentelijke gelden worden aangewend voor wapenproductie of klimaatschadelijke activiteiten.

80. De gemeente draagt kennis over aan gemeenten in ontwikkelingslanden of zogenoemde transitielanden in Oost-Europa, bijvoorbeeld op het gebied van afvalverwerking, waterzuivering, energiebesparing of goed bestuur. Daarom doet de gemeente mee aan een kennisuitwisselingsproject van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Lokale organisaties, instellingen (woningcorporaties, hogescholen) en bedrijven worden hierbij betrokken.

81. Lokale fondswerving door particuliere organisaties of bedrijven voor projecten in ontwikkelingslanden wordt ondersteund en gefaciliteerd. We willen actieve mondiale betrokkenheid stimuleren.

82.De gemeente wordt Millennium Gemeente. Ze sluit zich aan bij de actie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten gericht op realisering van de Millennium Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

83.De lokale bevolking wordt via de gemeentelijke website en andere media actief geïnformeerd over de gemeentelijke activiteiten op internationaal gebied.

Hoofdstuk 3: Wij willen een open gemeente

Open en pluriform

GroenLinks staat voor een open, pluriforme samenleving, waarin iedereen een zo groot mogelijke vrijheid heeft om te participeren en zich te ontplooien zonder discriminatie, racisme, seksisme of andere vormen van onderdrukking. Individualisering als proces van emancipatie zien wij als een positieve ontwikkeling.
Het emancipatieproces is echter nog niet voltooid. Volgens de wet heeft iedereen gelijke rechten, maar in de praktijk is er nog vaak sprake van achterstelling en discriminatie op basis van iemands sekse, seksuele gerichtheid, leeftijd, handicap of etniciteit. Veel mensen ondervinden nog de knellende banden van religieuze of hechte culturele gemeenschappen die hen belemmeren om op hun eigen wijze te participeren in de samenleving. Anderen worden belemmerd door armoede en sociale achterstand. GroenLinks vindt dat vrijheid geen schaars goed mag zijn voor geprivilegieerde mensen. Daarom zetten wij ons in voor de gelijkwaardigheid van mensen, zodat zij de kans krijgen om te emanciperen.
Bij gelijke rechten en kansen hoort ook de plicht om de vrijheid van anderen te respecteren.
Iedereen heeft de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Wij schrijven geen leefstijlen voor. In onze diverse samenleving staat GroenLinks voor een ideaal van moderne gemeenschapszin. Dat betekent dat we ons verantwoordelijk voelen voor onze leefomgeving en dat we er ons bewust van zijn dat andere mensen er andere leefstijlen op na kunnen houden dan wijzelf. Gemeenschapszin betekent de acceptatie van verschil en het besef dat we samenleven met mensen die allemaal verschillende leefstijlen, achtergronden en opvattingen hebben. Dat biedt verbreding en verdieping van culturele kennis, nieuwe inzichten, en betrokkenheid bij maatschappelijke problemen. Het biedt ook mogelijkheden voor mensen om, zonder vervreemding, polarisatie en vrees, met elkaar in debat te gaan over allerlei onvermijdelijke tegenstellingen.

A. Diversiteit en emancipatie: verschil mag er zijn, uitsluiting niet

GroenLinks vindt dat de overheid emancipatie moet stimuleren door ervoor te zorgen dat het beleid voor álle burgers werkt. Daarom dient de gemeente in al haar beleid rekening te houden met verschillen tussen mensen, bijvoorbeeld in sekse, seksuele voorkeur, cultuur, leeftijd, handicap en sociaal-economische situatie – zonder daarbij te stigmatiseren; mensen in hokjes te stoppen. Door dit diversiteitsbeleid wordt de gemeentelijke dienstverlening meer op maat gesneden en daarmee kwalitatief beter.
Er moet rekening worden gehouden met diversiteit om gelijke kansen voor verschillende groepen te bevorderen en discriminatie, sociale ongelijkheid en uitsluiting tegen te gaan. Kortom, het gaat om gelijke behandeling. Daarom stimuleert de gemeente dat maatschappelijke organisaties (bedrijven, instellingen en verenigingen) werk maken van diversiteit en treedt ze actief op tegen intolerantie en discriminatie. Zelforganisaties en belangenorganisaties van kwetsbare groepen worden ondersteund.

Programmapunten:

1. De gemeente houdt rekening met verschillen en overeenkomsten tussen mensen, bijvoorbeeld in sekse, cultuur en leeftijd, met alle varianten daarbinnen. Diversiteit wordt onderdeel van álle beleid: divers waar het kan, specifiek waar nodig (om problemen van een groep inwoners aan te pakken):
• Gender(emancipatie)beleid maakt hier integraal deel van uit.
• Bij het vaststellen, uitvoeren en aanpassen van het beleid krijgen de verschillende groepen een actieve rol (vrouwen, allochtonen, mensen met beperking, homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders, ouderen en jongeren).
• Om het effect van het beleid te meten voert de gemeente regelmatig een emancipatieeffectrapportage uit op bestaand of voorgenomen beleid. Jaarlijks wordt minimaal één beleidstoets op een beleidsdossier uitgevoerd, waarbij over de jaren heen een spreiding over de sectoren plaatsvindt.

2. In gemeentelijke publicaties wordt stereotypering vermeden.

3. De gemeente zorgt voor een trouwformulier dat is aangepast aan de mogelijkheid van een huwelijk van partners van gelijk geslacht.

4. Alle ambtenaren van de burgerlijke stand zijn bereid om een huwelijk van partners van gelijk geslacht te voltrekken.

5. De website van de gemeente wordt toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking.

6. Mensen met een handicap kunnen bij verkiezingen zelfstandig hun stem uitbrengen door middel van toegankelijke stembureaus en stemcabines.

7. Alle wijken en openbare gebouwen worden rolstoel-en rollatorproof. Samen met organisaties van gehandicapten worden bestaande obstakels in kaart gebracht; daarna volgt een plan voor het wegnemen van deze obstakels (bijvoorbeeld verlagen stoepranden, verplaatsen fietsrekken, bloembakken).

8. De gemeente stimuleert winkels en restaurants om drempelvoorzieningen aan te brengen voor de toegankelijkheid voor rolstoelen, rollators en scootmobielen.

9. Bij het verlenen van vergunningen voor (culturele) evenementen, of bij het organiseren van een evenement door de gemeente zelf, stelt de gemeente eisen aan de toegankelijkheid voor gehandicapten.

10.De gemeente stimuleert diversiteit bij lokale organisaties; bij subsidieverlening worden hier heldere afspraken over gemaakt.

11.Het deurbeleid van horecaondernemers moet helder en maar voor één uitleg vatbaar zijn; de gemeente maakt hierover afspraken met de horeca.

12.Studerende jongeren hebben een stagegarantie nodig; ze mogen niet de dupe worden van discriminatie bij het vinden van een stageplek. De gemeente roept het lokale bedrijfsleven op stageplekken aan te bieden en bemiddelt zo nodig tussen de scholen en het bedrijfsleven.

13.De gemeente stimuleert mensen om zichzelf te organiseren en daardoor zichzelf en elkaar sterker te maken. Daarom ondersteunt de gemeente bijvoorbeeld projecten om de maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit te vergroten, bijvoorbeeld via voorlichtingsactiviteiten op scholen.

14.De gemeente sluit zich aan bij het regionale Anti-discriminatiebureau (ADB) of richt samen met andere gemeenten in een politieregio een ADB op.

15.Bij inburgeringscursussen wordt in het programma een onderdeel opgenomen over de Nederlandse anti-discriminatiewetgeving en de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij een ADB.

16.De gemeente sluit zich aan bij de European Coalition of Cities Against Racism (ECCAR).

17.De burgemeester wordt eindverantwoordelijk voor het emancipatie-en diversiteitsbeleid (inclusief het anti-discriminatiebeleid). Hij of zij draagt actief uit dat intolerantie niet wordt geaccepteerd en neemt deel aan de dialoog hierover met bijvoorbeeld sportverenigingen, kerken, migrantenorganisaties en homobelangenverenigingen.

Hoofdstuk 4:

Wij willen een democratische gemeente

Democratisch

GroenLinks staat voor een democratie die verder gaat dan het stemhokje. Een democratie waarin mensen worden aangemoedigd om zich verantwoordelijk te voelen voor de inrichting van de eigen samenleving. Burgerzin en gemeenschapszin ontstaan als mensen de kans krijgen om te participeren. Daarom willen we ook dat de gemeente haar inwoners waar mogelijk betrekt bij het beleid en burgers meer zeggenschap geeft over de inrichting van hun wijk; de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming ligt echter bij de politiek.
GroenLinks zet zich in de gemeentepolitiek in voor haar idealen. Daarin krijgen we nooit precies wat we willen, omdat we altijd rekening moeten houden met de opvattingen en belangen van anderen. We zoeken naar compromissen om samen een stap verder te komen. Voorop staat dat het lokale bestuur toegankelijk en transparant is en met open vizier verantwoording durft af te leggen.

De overheid is van ons allemaal. Zij is geen machine die draait wat wij als individuen vragen, geen ‘roept u maar’-democratie. GroenLinks wil een overheid die borg staat voor het publieke belang en de rechten van minderheden beschermt. Dat betekent dat de overheid de eindverantwoordelijkheid moet hebben voor de toegankelijkheid, de betaalbaarheid en de kwaliteit van belangrijke algemene voorzieningen, zoals zorg, nutsbedrijven, volkshuisvesting en openbaar vervoer. Concurrentie en private initiatieven op deze terreinen zijn wenselijk om de publieke sector kostenbewust en klantgericht te laten werken, maar privatisering en verzelfstandiging mogen geen doel op zich zijn.
In ons ideaal staan betrokken burgers en een verantwoordelijke overheid samen garant voor een democratische en duurzame ontwikkeling van particuliere welvaart en publieke dienstverlening.

A. Democratische participatie: betrokken burgers

GroenLinks wil dat het gemeentebestuur toegankelijk en transparant is. Duidelijk, streng en daadkrachtig als het nodig is, maar ook aanspreekbaar en open voor suggesties en kritiek. Burgers zijn niet alleen klant van de overheid, wij willen ook dat ze zich medeverantwoordelijk voelen voor het gemeentebeleid en dat ze vertrouwen hebben in het lokale bestuur. Daarom moet de gemeente durven experimenteren met nieuwe vormen van zeggenschap en inspraak, meer participatiemogelijkheden en buurtbudget voor bewoners.

B. Democratische helderheid: transparantie in de uitvoering

De gemeente Waalre heeft een cultuuromslag nodig:
Meer efficiëntie in de doelen die bereikt moeten worden door dat projectmatig te benoemen en te rapporteren;
Regionale samenwerking uitbreiden gericht op praktische uitvoering zonder verlies van eigen kwaliteit en waarden. De A2 samenwerking uitbreiden, maar ook met Brainport en Eindhoven samenwerken op economische en maatschappelijke terreinen, waaronder sport en cultuur;
Cijfers over projecten en resultaten publiceren op internet, en bespreekbaar maken;

Programmapunten:

1. Burgers krijgen meer te zeggen:
• De gemeente betrekt de bewoners in een zo vroeg mogelijk stadium bij plannen voor de woon-en leefomgeving. Het gemeentebestuur geeft hierbij zo concreet mogelijk aan wat het doel is van het plan en welke ruimte er is voor invloed van bewoners (de zogenoemde kaders voor de interactieve planontwikkeling).
• De gemeente stimuleert de organisatie van bewoners in wijkraden, het instellen van integrale overleggen (met wijkraad, welzijnsinstelling, ondernemersvereniging en woningcorporaties) over de leefbaarheid in de wijk en ondersteunt
bewonerszelforganisaties; zo kan interactieve besluitvorming vorm krijgen.
• Buurt/wijkcomités kunnen een eigen wijkbudget krijgen, bijvoorbeeld voor het
onderhouden en schoonmaken van de eigen buurt en het verbeteren van de
groenvoorzieningen.
• Het recht van burgerinitiatief wordt ingevoerd. Hiermee kunnen burgers zelf een kwestie die hen bezighoudt op de agenda van de gemeenteraad plaatsen.
• Een correctief bindend referendum wordt mogelijk gemaakt. Een dergelijke
volksraadpleging nadat de raad al een beslissing heeft genomen, draagt bij aan een zorgvuldige gemeentelijke besluitvorming.

2. De gemeente communiceert open en eerlijk met haar burgers:
• Op de gemeentelijke website is alle actuele overheidsinformatie voor iedereen
gemakkelijk te vinden (benoem wat ontbreekt); de digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven wordt verbeterd (verschilt erg per gemeente; concreet benoemen).
• Regelmatig wordt de tevredenheid van de burgers over de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening onderzocht.
• College en raad bezoeken regelmatig de verschillende wijken om met bewoners te spreken over actuele ontwikkelingen, plannen, problemen, dilemma’s en oplossingen.
Wethouder in de wijk uitbreiden met raadsleden en diverse locaties.
• De gemeente houdt regelmatig ‘open huis’ in het gemeentehuis, onder het motto ‘wat doet de gemeente voor…?’ (bijvoorbeeld jeugd, milieu). De gemeente informeert bezoekers over het beleid en staat open voor suggesties.
• De gemeente communiceert in begrijpelijk Nederlands – heerlijk helder Hollands -en met veel beeldmateriaal; volgens de normen van Klare Taal (zie www.klaretaal.nl).

3. De gemeente zorgt voor een goede dienstverlening. Ook als de gemeente taken uitbesteedt, dan staat de kwaliteit van de te leveren diensten voorop. Daarom stelt de gemeente vooraf kwaliteitseisen en controleert de kwaliteit tijdens de uitvoering.

4. Nieuwe inwoners worden welkom geheten en ontvangen een welkomstpakket.

5. De GroenLinks-fractie in de gemeenteraad is altijd aanspreekbaar. Ze wil samenwerken met mensen en organisaties om urgente thema’s op de politieke agenda te zetten; GroenLinks steunt ze bij het realiseren van een groene, sociale, open en democratische gemeente.

2 comments to Waalre met Groene Kracht Vooruit

  • Is het niet verstandiger om klimaat, milieu en energiebeleid apart te belichten en niet in een adem te noemen? De zogenaamde klimaatcrisis staat steeds meer onder discussie. Zolang er nog zoveel onzekerheden zijn is het wellicht verstandiger om dit onderwerp eens een paar jaartjes te laten rusten totdat er meer feiten beter door de wetenschap verklaart kunnen worden. Nu zijn er legio hiaten waar vage verklaringen voor gegeven worden.

  • Hoi, Mooi bericht! Ik was iets over brand aan het zoeken op google toen ik je blog tegenkwam. Ik heb helaas niet gevonden wat ik zoek, maar vond je bericht er leuk om te lezen. Ik zal je toevoegen in mijn RSS lijst.

    Groetjes!!

You must be logged in to post a comment.