Van Versailles tuin naar eco-dorp

Kadernota 2012 Waalre – GroenLinks

Raad 05-07-2011

Deze titel is dezelfde als op de website en in de Schakel, maar de boodschap is hier nu toegespitst op enkele kernpunten die van belang zijn voor de keuzes die we zometeen moeten maken bij het vaststellen van de kadernota.

Het gaat er om dat niet geld leidend moet zijn maar mensen en de wereld waarin wij leven. De financiën moeten wel geregeld worden, maar in functie van de maatschappij waarin wij willen leven. En die maatschappij floreert op zijn best wanneer mensen redelijk gelukkig en redelijk welvarend en gezond zijn.

Niemand zal zeggen dat hij geen voorstander is van meer geluk in het leven van zijn of haar medeburgers, alleen wanneer er een bijdrage gevraagd wordt zijn we allemaal bang om teveel te doen, of in ieder geval meer dan die ander. Dat zit blijkbaar in de natuur van de menselijke genen. Als overheid ligt hier een schone taak om ons gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor de bevordering van het nationaal geluk.

Plaatselijk dragen we ons steentje bij door met lokale belastingen voorzieningen en diensten te leveren. De hoogte van het gevraagde offer en de geleverde voorzieningen en diensten dienen in evenwicht te zijn. Wanneer, zoals nu er een onbalans dreigt tussen de kosten en de baten, moeten we kritisch zijn op de voorzieningen, maar tegelijkertijd kijken naar de hoogte van de belastingen.

In Waalre is de OZB structureel te laag in verhouding tot de fictieve opbrengst die het rijk hanteert. Dat is een historisch gegeven dat nu de sleutel is voor een deel van het financieringsprobleem. In plaats van vergaande verschraling van het sociaal cultureel voorzieningen niveau kan een deel opgelost door de OZB een aantal jaren opeen te verhogen. Dat is nominaal een heel minimaal offer dat mits goed uitgelegd voor weinigen een probleem zal zijn.

Dit draagt wel substantieel bij aan het behoud van een samenleving waarin de kans op geluk groter is dan bij ongewijzigd beleid. Het financieel effect van door het rijk gezien worden als een kerngemeente is daarbij vergeleken een peuleschil, dus dat telkens aanvoeren als argument voor versobering is niet terecht.

Die rigoreuze keuze voor een sociaal cultureel economische eenheid gaat ons te ver, en lost niets op. Bij een herschikking van taken en voorzieningen is het niet verstandig alles te concentreren in de hoop dat het dan goedkoper wordt. Sommige zaken kun je beter decentraliseren, ander afstoten en sommige centraal maken. Een divers beleid dat gericht is op optimale kwaliteit binnen de mogelijkheden is een beter uitgangspunt.

Sport en cultuur en educatie en locale economie zijn met elkaar verbonden door het delen van de openbare ruimte, en soms delen van de binnenruimte. Wanneer dit met overtuiging verder wordt ontwikkeld blijven er mogelijkheden voor diverse gemeenschaps-voorzieningen, aansluitend bij elkaar en waar mogelijk delen van locatie en organisatie.

Niet alleen combineren van bibliotheekfuncties in scholen, maar ook gymnastiek met sportverenigingen, en bedrijvigheid met locaties: onderzoek de mogelijkheden voor flex werkplekken in de gemeenschapshuizen, er schijnt een grote behoefte te zijn.

Tot slot aandacht voor de openbare ruimte, het groen, de wegen en de verlichting. In plaats van knijpen in budgetten die tot stand zijn gekomen door het oude beleid, is het beter voortvarend de crisis aan te grijpen om meer ingrijpende innovaties door te voeren.

Dat wil zeggen: maak een plan om 80% van de bermen op natuurlijke wijze te laten begroeien. Hiermee maak je A minder kosten, en B lever je een bijdrage aan vermindering fijnstof, en C bevorder je biodiversiteit waarmee tevens de geluksfactor omhoog gaat. Gras in plaats van Cotoneaster begroeiing is toch echt niet waar we op zitten te wachten.

En inventariseer op welke wegen bespaard kan worden door versmalling, ander wegdek, of afsluiting voor gemotoriseerd verkeer. Deze exercitie is dacht ik nog niet gedaan.

Wat betreft de verlichting wil ik pleiten voor een andere koers: namelijk een investeringsplan om grootschalig over te gaan op LED verlichting, waarbij de terugverdientijd in balans is met de omvang van de lening. Her en der zijn gemeenten LED verlichting aan het invoeren. Er is geen reden om niet mee te willen doen.

Een aantal gemeenten hebben een pragmatisch principe gehanteerd bij de beslissing om op LED over te gaan: “als een investering binnen tien jaar rendement oplevert moet er in principe toe worden besloten”. Dat principe lijkt me ook voor Waalre een waardevol uitgangspunt, en zou in een motie kunnen worden voorgesteld aan het college.

Ik hoop dat we met creativiteit, inspiratie en durf verder kunnen gaan in het streven naar geluk dan deze ongelukkige kadernota.

You must be logged in to post a comment.